Let’s go to Hollywood

Hollywood-Sign-Dragan-1541-1Dat is sowieso een goed idee, al is het maar om het een keer gezien te hebben. Laatst wees iemand mij op het Hollywood-model. Ik kon me er meteen een voorstelling bij maken.

Sterker nog: door de hectische tijd van afgelopen maanden op het thuisfront zit ikzelf middenin een Hollywood-achtige productie. Voor de goede orde, mijn lieftallige vrouw voert natuurlijk de daadwerkelijke regie.

Zoals bleek uit mijn vorige stukje zat ik in een verhuizing. Inmiddels zijn de kasten verkocht (tegen een belachelijk laag bedrag, maar dat terzijde…), is de oudste alweer dubbel en dwars gewend op de nieuwe crèche en zijn we langzaam bekend aan het raken in het toch wel hoogbejaarde dorp waar we terecht zijn gekomen (ik weet dat Naarden haar stadsrechten heeft verworven rond 1300, maar het voelt nu eenmaal meer als een dorp dan een stad).

De Pax ontgroeid

Wat opvalt is – nu we de stap hebben gezet van een stads appartement naar een huis met een tuin – dat ik veel bezig ben met ‘mannetjes’. Laat me dat even uitleggen. Het afgelopen half jaar hebben we een hoop klussen moeten klaren. Als kleinzoon van een schilder kan ik best wat in het kader van home improvement, al heb ik het idee dat het verstrijken van de generaties het klus-gen in de mannelijke lijn van mijn familie geen goed heeft gedaan. Laatst zag ik mijn vader op een vrij knullige wijze een mini-picknicktafel voor onze kinderen in elkaar zetten. In de woonkamer, tussen de rotzooi, teveel gaten voorboren, alles een tikkie scheef. Maar eerlijk is eerlijk, ik werk misschien iets netter maar ben achteraf zeker niet minder gefrustreerd. Als ik een klusje heb gedaan rest vaak het gevel dat ik er eigenlijk niet echt goed in ben…

We hadden dus ‘mannetjes’ nodig. De bouwkundige keuring leverde wat puntjes van aandacht op die samen een projectje zijn. Dus ik ging op zoek. Inmiddels heb ik Victor voor het voegwerk, Alex weet alles van kitten (dat is dus ook een vak apart) en Gerry is de meesterschilder. Andy is er voor de keukenkastjes, Ben doet het alarm en Henri heeft het dak opgefrist. Natuurlijk zijn er ook dames in het spel; Teddy helpt met schoonhouden en Latoya is anderhalve dag per week bij ons thuis om op de kindjes te passen. Een klein leger van zelfstandigen die wij af en toe aanhaken als er klusjes te vergeven zijn. Noem het ons sterrenteam.

Die manier van organiseren lijkt sterk op het Hollywood-model. De taken in een project worden gedefinieerd, een team wordt op de been gebracht – en ze werken zo lang samen als nodig is om de klus te klaren. Ieder doet waar hij goed in is. Denk dus aan het maken van een film – of zelfs een bepaalde scene. De beste regisseur, producent, cameraman, acteur, visagiste etc. komen samen om een resultaat te behalen. Als de klus geklaard is gaat eenieder weer zijn eigen weg – om vervolgens in een nieuwe constellatie weer van waarde te zijn. In goed Nederlands maken deze mensen onderdeel uit van de gig-economy.

Fragmentatie als norm voor de toekomst?

Die versnippering van werk en manier van organiseren is een ontwikkeling die me interesseert. En deze ontwikkeling is ook voelbaar in mijn dagelijkse bezigheden voor LawyerlinQ, waarbij we voor advocatenkantoren en juridische afdelingen tailor made netwerken van juridische free agents samenstellen. Hoe je het precies noemt maakt niet uit, maar het is sterk in opkomst. Niet alleen in de juridische sector, maar bijvoorbeeld ook in consulting. En de – met name jongere – professionals (millenials) staan zeer positief tegenover kortere, meer specialistische werkzaamheden. Afgerekend worden op waar je echt goed in bent in combinatie met werken in veel verschillende samenstellingen en op de manier die je het beste past. Zeg nou zelf. Wie wil dat niet?

 

Photo Courtesy of Dragan Radocaj and Shane Yeend.

Een sterke ruggegraat

Al een aantal jaar wordt de vraag of je als organisatie wendbaar bent, gelinkt aan flexibiliteit en snelheid. Snelle service, innovatieve processen en technologie om je concurrent een stapje voor te zijn in deze dog-eat-dog wereld; daar ligt de focus.

Maar is die focus op flexibiliteit niet iets waar start-ups misschien beter in zijn? Moeten alle duurzaam innovatieve ondernemingen zich als start-ups gedragen?

McKinsey zegt van niet. Zij komt met een onderzoek waarin duidelijk wordt dat de focus op fast and flexible slechts één kant van de medaille is.

Want paradoxaal genoeg heeft McKinsey ontdekt dat werkelijk wendbare bedrijven juist stabiel zijn in hun basisprocessen. Oftewel, zij begrijpen dat een stabiele ‘bedrijfsbasis’, een ‘fixed backbone’, belangrijk is. Vanuit jezelf, de stabiliteit, wendbaar zijn is het devies. Dit tegenover de ad hoc benadering die de meeste start-up situaties kenmerkt.

Vanuit de ‘fixed backbone’ voegen succesvolle innovatieve bedrijven dynamische elementen toe. Daarmee kan ingespeeld worden op de uitdagingen van de markt, maar ze kunnen eenvoudig aangepast of afgestoten worden als de situatie verandert.
Flexibilisering dus als ‘add-on-tool’ voor de stabiele organen van het bedrijf zelf. En vice versa.

Ook onze ervaring is dat op deze manier snelheid en flexibiliteit van grotere toegevoegde waarde zijn. Voorwaarde is wel dat een organisatie de functie van flexibele expertise en capaciteit een duidelijke plaats geven binnen haar strategie. Voor ons betekent datgene wat McKinsey in feite beschrijft: het creëren van flexibiliteit op maat die aansluit op bestaande structuren van kantoren en afdelingen. Dus flexibele capaciteit ‘as you need it, when you need it’, niet als een ad hoc oplossing, maar als uitbreiding op de ‘fixed backbone’ van organisaties.

Lees hier het volledige artikel van Mckinsey voor voorbeelden van wendbare ondernemingen en ook voor inzichten waarmee je de agility van bedrijven om je heen kunt beoordelen.