To those who ignore the naysayers…

Bovenstaande titel refereert aan een filmpje dat ik lang geleden tegenkwam. Het is van Axiom, een bedrijf waar we ons graag door laten inspireren. Als ik naar de beelden kijk (de muziek helpt ook) dan lopen de rillingen over mijn rug. Dit is waar het om gaat! Doen we iets nieuws, of blijven we bij het oude vertrouwde? En waarom doen we wat we doen?

Waarom spreekt mij dit aan?

Toen ik van het VWO kwam, wist ik niet wat te studeren. Economie, rechten, bedrijfskunde; het sprak me allemaal niet echt (of echt niet) aan. Toen ik had bedacht dat ik de beslissing ook kon uitstellen en dat ik de ‘gewonnen’ tijd kon besteden aan leukere dingen, had ik een waar eureka moment: aan de slag en geld verdienen voor een reis van formaat.

Ik kwam terecht op de afdeling klantenservice van een bedrijf dat op het punt stond op te gaan in Reckitt Benckiser. Een vliegende start van mijn carrière, zonder dat ik ook maar 1 studiepunt in de tas had. Ineens wist ik alles over (het disfunctioneren van) de bajonetsluiting op de Glassex-fles en dat je Veet eerst op een klein stukje huid moet uitproberen voordat je echt aan de slag gaat.

Nu wordt alles anders

Nadat er voldoende gespaard was begon het (echte) avontuur: Australië en Nieuw-Zeeland. Ik wilde het in één keer helemaal anders doen. Waarom? Geen idee, maar ik voelde een enorme drang om mij een nieuwe stijl eigen te maken. Als klein Naardens mannetje durfde ik niet eens in de Breakdance op de lokale kermis (ook omdat ik op hoog niveau de horloges naar boven wist te halen met de grijparm). Eenmaal aangekomen in Sydney wist ik het. Ik wil bungee jumpen, skydiven en lang van huis zijn. De enthousiasteling in mij was wakker geworden.

Tweedeling, of eigenlijk drie-

De enthousiasteling? Naarmate ik langer onderneem, raak ik er steeds meer van overtuigd dat er twee mensen zijn:  enthousiastelingen en probleemzoekers. Vanuit het werk dat ik doe kom ik ze allebei tegen. Afhankelijk van met wie aan tafel zit, kunnen gesprekken twee kanten op gaan, of eigenlijk drie.

De enthousiasteling
Dit zijn de mensen die hardop de wedervraag stellen: ‘Waarom zouden we dit niet eens proberen?’ Precies zoals ik me voelde toen ik in het vliegtuig naar de andere kant van de wereld stapte. Als het voelt als een goed plan, waarom het dan niet gewoon doen? Dit soort gesprekken smaken altijd naar meer. Ik herinner me nog goed één van mijn eerste LawyerlinQ verkoopgesprekken met een groot advocatenkantoor. Na tien minuten zei de man aan de andere kant van de tafel: ‘Houd maar op met uitleggen, dit moeten we doen’. Wij zijn dus toch niet gek en soms (heel soms) valt alles kennelijk precies samen.

De besluiteloze
Er zijn natuurlijk ook mensen die niet zo goed weten wat ze willen en of ze ergens iets van moeten vinden. Dat heb ik ook wel eens, getuige het uitstelgedrag van (onder andere) mijn studiekeuze. Vaak zijn er ook andere redenen die meespelen, bijvoorbeeld als mensen heel veel op hun bordje hebben liggen en het overzicht bijster zijn. Vreemd is het wel als de afdronk van een gesprek positief is, zonder dat er een vervolg op komt.

De probleemzoeker
Ik probeer niet te veroordelen, vergeef me als het toch zo over komt. Helaas (voor mij) spreek ik ook mensen die van nature vooral geneigd zijn te kijken naar wat er allemaal mis kan gaan, dan naar wat het potentieel oplevert. Het overtuigen van een probleemzoeker is een listige bezigheid. Enerzijds vind ik het dat ik aan mijn stand verplicht ben om partijen voor ons te winnen. Anderzijds: ‘choose your battles’, ik kan de tijd en energie maar één keer besteden. Het enige dat helpt is snel een inschatting maken of het gesprek iets op gaat leveren of niet. Naarmate de ervaringsjaren oplopen, wordt dat iets makkelijker.

Terug naar het filmpje

Ondertussen zijn we zelf ook bezig met onze marketing. Als je er goed over nadenkt, merk je pas hoe moeilijk het is om je ideeën en propositie op te schrijven. Laat staan de why, de what en de how. Voor nu werk aan de winkel dus. Ondertussen kijk ik voor de nodige inspiratie nog eens naar de voorbeelden uit het filmpje. We moeten niet vergeten dat er een tijd is geweest zonder auto, pinautomaat (overigens weer op zijn retour), computer, Wikipedia, Twitter en Airbnb…

Hulde dus aan ‘those who ignore the naysayers’. De kunst is om een voorschot te nemen op de toekomst. Om vervolgens met terugwerkende kracht de ingeslagen weg zo goed mogelijk te bewandelen.

Trouwens…

Axiom heeft in februari van dit jaar bekend gemaakt dat er twee bedrijfsonderdelen verzelfstandigd zijn, namelijk Knowable en Axiom Managed Solutions (AMS). Volgens een hoge functionaris ziet Axiom bij hun klanten drie typen werk:

  1. complex werk dat niet te reduceren valt en dat alleen verricht kan worden door de meest ervaren en getalenteerde lawyer;
  2. herhaaldelijk werk dat door ervaren lawyers gedaan moet  worden, maar waar met de inbreng van tools en processen veel efficiëntie behaald kan worden;
  3. werk dat mensen helemaal niet zouden moeten doen, simpelweg omdat machines daar beter in zijn.

AMS ziet op de tweede categorie en Knowable op de derde. Dat betekent dat de eerste categorie binnen het ‘oude’ Axiom blijft. Dat deel heet nu Axiom Global en zij heeft op 19 februari een eerste stap genomen richting een IPO door het S-1 formulier in te leveren bij de SEC. Dat betekent dat er muziek zit in de flexibele lawyering business, maar dat wisten we al. In mijn volgende blog zal ik verslag uitbrengen van onze meetings in London met de meest vooraanstaande UK partijen die hier ook mee bezig zijn.

Wanneer wordt het nou makkelijker?

Vorige week informeerde staatssecretaris Snel de kamer over resultaten van het onderzoek Wet DBA. Daarbij checkte de Belastingdienst of bedrijven de arbeidsrelaties juist inschatten en loonheffingen op de goede manier toepassen. In totaal werden 104 opdrachtgevers bezocht.

En wat blijkt: Het merendeel (59 van de 104) van de bedrijven doet het niet goed. En bij 12 wordt zelfs ‘kwaadwillendheid’ vermoed.

Bij de bedrijven die het verkeerd doen gaat het vooral om de volgende aspecten:

  • de zelfstandige werkt feitelijk wel onder een gezagsverhouding;
  • vervanging van de zelfstandige in kwestie is niet mogelijk;
  • de zelfstandige heeft niet de ruimte om zijn of haar werk zelfstandig in te delen;
  • er wordt wel gewerkt met een modelovereenkomst, maar in de praktijk houdt men zich niet aan wat daarin is opgeschreven. 

De argumenten die de bedrijven geven als verklaring voor het feit dat ze zich niet aan de regels houden zijn dat het complex en tijdrovend is om in lijn met de geldende wet- en regelgeving te handelen, het de concurrentiepositie in gevaar kan brengen en dat de arbeidsmarkt zeer krap is.

Komen er boetes?

Tot op heden zijn er nog geen boetes opgelegd. Dit zou onder meer komen door de zware bewijslast die op de Belastingdienst rust. Belangrijke vraag is of het oordeel van de Belastingdienst ook stand houdt bij rechterlijke instanties. Want, beargumenteert Boris Emmerig (advocaat en specialist Wet DBA): “Bijvoorbeeld dat de werkzaamheden van de zzp’er een wezenlijk onderdeel zijn van de bedrijfsvoering kan een aanwijzing zijn, maar er zijn genoeg voorbeelden waarbij je daar prima een zelfstandig ondernemer voor kunt inhuren. Hetzelfde geldt voor zzp’ers waarvoor geen vervanging wenselijk is. Soms wil je als opdrachtgever gewoon net die ene expert. Dat zegt niks over je arbeidsrelatie.”

What’s new

Het is alweer bijna drie jaar geleden dat de Wet DBA de VAR verving. Het doel was kortweg: verduidelijking van arbeidsrelaties en het tegengaan van zogenaamde schijnconstructies. De afgelopen jaren is er echter nog maar weinig duidelijkheid gekomen. Er zijn rechtszaken, mede door FNV, aangespannen. Waar in eerste aanleg de kantonrechter enerzijds besliste, oordeelde de Rechtbank Amsterdam later weer anders. Zoals inmiddels bekend is de handhaving van de Wet DBA opgeschort tot 1 januari 2020, met uitzondering van gevallen van kwaadwillendheid. Afgelopen zomer is de Belastingdienst gestart met het ‘Toezichtsplan Arbeidsrelaties’ en de eerste resultaten daarvan zijn bekend, maar de onduidelijkheid blijft boven de markt hangen.

Wet DBA gaat op de helling

Dat het kabinet af wil van de Wet DBA is duidelijk. De uitkomsten van het onderzoek zijn met weinig enthousiasme ontvangen. Door de oppositie zijn verschillende moties ingediend over de coachende rol van de Belastingdienst en wil dat fors gehandhaafd wordt. Het kabinet heeft het verzoek tot strenger handhaven van de oppositie afgewezen. De CNV en FNV zijn van mening dat de uitkomsten een ‘wake-up call’ zijn en dat inderdaad een einde moet komen aan het handhavingsmoratorium. Het kabinet denkt hier anders over aangezien dit handhavingsmoratorium werd ingesteld om, in afwachting van de nieuwe wetgeving, onrust en onzekerheid bij opdrachtgevers en opdrachtnemers te verminderen.

Storm in glas water?

Hoewel er dus veel commotie is omtrent de uitkomst van de steekproef van de Belastingdienst, kun je je afvragen hoe ‘schokkend’ de uitslag eigenlijk is. Het is leerzaam en interessant om te lezen, maar in de praktijk verandert er voorlopig niets. We weten nu dat iets meer dan de helft van de bedrijven nog steeds worstelt met de juiste toepassing van de regels. Kijkend naar de manier waarop de Belastingdienst het toetsingskader uitlegt wekt dat overigens ook geen verbazing. Wel schokkend is natuurlijk dat er 12 van de 104 bedrijven vermoedelijk bewust mensen ten onrechte als zelfstandig ondernemer behandelen. Ben overigens wel benieuwd wat voor soort bedrijven dat zijn en vanuit welk motief zij dat doen.

Een interessant onderwerp op de politieke agenda dus waarbij het belangrijk is dat de nieuwe wetgeving in ieder geval beter moet passen bij de manier waarop de huidige en toekomstige generaties willen werken. Voor onze sector zou het mooi zijn als de eerder genoemde ‘opt-out’ regeling er nog zou komen.

To be continued.. Meer nieuws kunnen we volgens de staatssecretaris voor de zomer van 2019 verwachten.

En dus?

Het is belangrijk om na te denken over de manier waarop je de inzet van zelfstandigen geregeld hebt. Want ook al wordt er nog niet gehandhaafd, het blijft zaak om, ook met het oog op de toekomst, te zorgen dat je de aanzienlijke financiële risico’s op dit vlak goed afdekt.

Needless to say, dat het voor legal departments en advocatenkantoren makkelijk is. Zij zijn in een keer van al het gedoe af door de inzet van zelfstandige advocaten en juristen voortaan via het LawyerlinQ platform te regelen.

Zelftest voor advocatenkantoren: heeft je kantoor toekomst?


OK, dit gaat misschien even pijn doen, maar je kunt het maar beter weten toch?


Deze zelftest werkt niet met een online tool. Je hoeft geen gegevens in te vullen en de resultaten worden met niemand gedeeld. Hij is ook zo klaar, want hij is super simpel. Hij bestaat namelijk uit maar één vraag:

HOEVEEL WERK JE NOU ECHT SAMEN MET JE COMPAGNONS?’

Ik bedoel écht samenwerken. Niet even kort sparren of een jurisprudentielunch houden, want daarvoor hoef je natuurlijk geen compagnons te zijn. Dat kun je in principe met elke vakgenoot die ervoor openstaat. Nee, echt samen aan een zaak werken en er allebei ook echt tijd op schrijven.

Komt dat eigenlijk niet zo heel veel voor? Werken jullie vooral aan je eigen zaken en je eigen klanten en komt er niet zo heel vaak iets voorbij waarvoor je je compagnons echt ‘nodig’ hebt?

Sorry, dan ben ik bang dat jullie kantoor in economisch opzicht eigenlijk geen bestaansrecht heeft.

In 1937 schreef Ronald Coase zijn baanbrekende werk ‘The nature of the firm’, waarin hij analyseert waarom individuen partnerships en bedrijven vormen. In 1991 kreeg hij voor zijn werk de Nobelprijs, wat me doet veronderstellen dat op z’n minst de kans vrij groot is dat hij verstandige ‘ware’ dingen heeft bedacht.

Het werk van Coase is nog steeds actueel. Hij toonde aan dat organisaties economisch bestaansrecht hebben als het bestaan van de organisatie noodzakelijk is om zaken efficiënter te organiseren. Om een lang verhaal kort te maken, dat is eigenlijk alleen het geval daar waar intensieve samenwerking tussen mensen nodig is.

Werk dat mensen alleen doen, waarvoor geen samenwerking met anderen nodig is, wordt niet efficiënter georganiseerd door het onder te brengen in een organisatie. Dat heb je zelf ongetwijfeld gemerkt aan alle hassle in je organisatie die niets te maken heeft met je echte vak. Als het in een vaste vorm organiseren, economisch eigenlijk niet, of niet voldoende bijdraagt, werkt zo’n organisatie juist tegengesteld. Ze is dan zelf de veroorzaker van inefficiëntie. Ze wordt een doel op zich en heeft een sterk opdrijvend effect op de kostprijs. Killing voor het concurrerend vermogen.

Natuurlijk, er zijn ook andere goede redenen om samen in een advocatenkantoor te gaan zitten. Ik zeg ook helemaal niet dat je dat niet moet doen. Realiseer je je alleen wel dat economisch gezien de noodzaak er niet is als je niet intensief samenwerkt. Je doet het dan vooral voor jezelf.

Dat is prima uiteraard, maar vanuit een klantperspectief betekent het eigenlijk dat je je klanten laat betalen voor allerlei zaken die jullie als kantoor met elkaar belangrijk vinden, maar die voor die klant niet iets wezenlijks toevoegen aan de dienstverlening. Logisch gezien kan dat alleen blijven werken zolang je klant niet beter weet, of denkt dat je zo goed en bijzonder bent dat het ‘m niets uitmaakt (hangt vaak samen), of als het z’n eigen geld niet is waarmee hij je betaalt.

Nee, van vandaag op morgen lopen niet ineens alle cliënten weg en als ik nu een oudere partner in de maatschap was zou ik misschien ook denken ‘het zal mijn tijd wel duren’, maar ik voorspel je: traditioneel georganiseerde kantoren die bestaan uit individuele praktijken waartussen de samenwerking niet intensief is, die zullen het op termijn niet redden. Die zullen ingehaald worden, sneller dan je verwacht.

OK, NU HEB JE DUS DE ZELFTEST GEDAAN. WAT KWAM ERUIT?

Als je er net achter gekomen bent dat je je klant geen dienst bewijst door je op een traditionele manier te organiseren, wat ga je er dan nu aan doen?

Meer lezen over dit onderwerp in een breder perspectief?
Yochai Benkler, professor aan Harvard Law School, schreef interessante verkenningen over de invloed van technologie op het optimaal organiseren van werk.

Ook interessant: het World Development Report (WDR) 2019 van de Wereldbank met de titel: ‘The Changing Nature of Work studies how the nature of work is changing as a result of advances in technology today’.

Deze blog is ook gepubliceerd op Mr Online