Juridische Upwork van Nederland

Het einde van het jaar is in zicht. Voor velen een moment om terug te kijken op het afgelopen jaar en, belangrijker denk ik, vooruit te kijken naar een nieuw jaar. Tussen de kerstborrels, voorbereidingen voor diners en andere eindejaarsperikelen door las ik vorige week over een interessante ontwikkeling op het gebied van freelanceplatformen. De moeite waard om te delen.

Microsoft lanceert freelanceplatform
Microsoft lanceerde Microsoft 365 freelance toolkit. Het doel hiervan is het makkelijk maken voor bedrijven om hun freelance verzoeken uit te zetten en te beheren. Wat een goed idee!

Zo’n 2,5 jaar geleden nam Mircosoft Linkedin over maar bij deze recente ontwikkeling is niet gekozen voor een samenwerking met Linkedin. Net als veel andere (grote) ondernemingen zou Linkedin een aandeel moeten verwerven in de steeds meer in opkomst zijnde ‘gig economy’. Dat dat een groeiende markt is blijkt uit het Future Workspace Report. Dat laat zien dat 47% van de hiring managers freelancers (of zzp’ers/zelfstandigen) heeft ingezet. Daarnaast zegt 9 op de 10 hiring managers dat ze open staan voor de inzet van freelancers in plaats van tijdelijke werknemers via een uitzendbureau. En dan hebben we het dus niet over tijdelijk personeel, maar over het uitbesteden van specialistische taken. Iets wat wij bij LawyerlinQ ook steeds meer zien in de juridische markt. De uitkomsten van hoe bedrijven ‘remote work’ omarmen vind je onder meer in deze infographic van het report:

Upwork
Microsoft koos voor een samenwerking met Upwork, wereldwijd het grootste freelanceplatform dat afgelopen oktober naar de beurs ging. Geen onlogische keuze dus van Microsoft. Op internet wordt er ook al gespeculeerd over een overname van Upwork door Microsoft.

Je snapt, deze ontwikkelingen op het gebied van gig economy en platformen zijn uiteraard (weer) koren op onze molen. Het voedt onze ambities voor het komende jaar. De juridische Upwork van Nederland zijn we al. Nu moeten we meer bedrijven en advocatenkantoren daarvan laten profiteren. En daarna…?

ING: ‘Platformen kunnen de arbeidsmarkt drastisch veranderen’

ING onderzoek

Onlangs publiceerder het Economisch bureau van ING een studie naar de potentiele impact van online platforms op de Nederlandse arbeidsmarkt. Men werkte twee scenario’s uit die beiden een aanzienlijke invloed laten zien. Van 200.000 extra zzp’ers tot een explosie van een miljoen extra. In haar aankondiging zegt ING nog heel voorzichtig ‘platforms kunnen…’, maar eigenlijk kun je beter stellen: platforms gaan de arbeidsmarkt veranderen

Een interessante analyse, ook vanwege de uitwerking op de arbeidsmarkt, maar wat ons betreft ook omdat er een duidelijk beeld uit naar voren komt van platforms als game changers als het gaat om de allocatie van met name werk in het kader van relatief kort durende projecten.

Lagere transactiekosten en hogere kwaliteit

Platforms zijn zeer aantrekkelijk voor opdrachtgevers die op korte termijn en een beperkte periode behoefte hebben aan expertise of capaciteit. Enerzijds omdat ze de transactiekosten verlagen die gemoeid zijn met het vinden en inschakelen van de juiste professional, maar vooral ook omdat ze het mogelijk maken om betere kwaliteit, sneller en onder gunstigere voorwaarden in te kopen.

Anders dan de ING studie doet vermoeden hoeft de aanbodzijde helemaal niet per definitie uit zzp’ers te bestaan!

Optimale kwaliteit-kosten-beschikbaarheid verhouding

Bij LawyerlinQ zien we dat ook nu al dat in de netwerken die wij maken en beheren voor onze klanten. Die worden niet die uitsluitend bevolkt door zzp advocaten en juristen. In veel netwerken op ons platform doen ook advocaten en juristen van kleinere kantoren en grote detacheerders mee. En waarom ook niet? Het gaat onze klanten altijd om de optimale kwaliteit-kosten-beschikbaarheid verhoudingen in de top van de juridische markt staat niet op voorhand vast dat het altijd een zzp’er is die dat op het gewenste moment kan bieden.

Op basis van onze ervaringen zou het ons niet verbazen als platform technologie nog een grotere game changer blijkt dan dan ING in haar rapport beschrijft. De logica en efficientie van een platformbenadering bij het optimaal alloceren van werk gaat namelijk ver voorbij de vraag of degene die het werk doet een zzp’er of iemand in loondienst is.

Zeg nou zelf, als klant maakt je dat toch ook niet uit? Je wil gewoon de beste man of vrouw voor het project, op het juiste moment tegen het beste tarief.

Alternative: een alternatief voor iets vergelijkbaars?

Ik kreeg laatst een onderzoek van The Lawyer onder ogen. Bij dit Engelse magazine hebben ze uitgezocht hoe het staat met de markt voor Alternative Legal Service Providers (ALSP’s) in het Verenigd Koninkrijk. Ze leggen in hun onderzoek een sterke link met de inzet van contract lawyers, dus mijn interesse was snel gewekt.

Een wat?

Volgens een ander Amerikaans rapport van Thomson Reutersuit 2017 is een ALSP een onderneming die een alternatief biedt voor de traditionele gang naar een advocatenkantoor voor hulp bij een juridische kwestie. Het alternatieve aspect zit hem erin, dat er wel juridische diensten worden geleverd, maar dat dus niet door een advocatenkantoor gedaan wordt.

Maar waar worden deze ALSP’s dan voor ingezet? Volgens het rapport van Thomson Reuters gaat het om de volgende activiteiten (voor de VS markt):

Resultaat meten met twee maten

Het artikel van The Lawyer meet de performance van ALSP’s aan de hand van twee maatstaven. Enerzijds de omzet die ALSP’s maken, anderzijds het aantal (voornamelijk) freelancers waarover ze ‘beschikking’ hebben. Dit laatste geldt natuurlijk voornamelijk voor de ALSP’s waarbij mensenwerk een grote component van hun dienstverlening betreft.

Het kunnen beschikken over freelancers vind ik eerlijk gezegd een nogal matig gekozen maatstaf. Het zou moeten gaan om de kwaliteit van het aanbod, niet om de kwantiteit. Bovendien is het natuurlijk zo dat freelancers vrij zijn (het woord zegt het zelf al). De ene keer laat een freelancer zich verhuren door accountmanager A van bureau B, de volgende klus regelt hij of zij zelf via het eigen netwerk (langs de lijn van het hockeyveld) en de derde klus vindt zijn oorsprong op een platform. Zo’n freelancer draait dus in verschillende netwerken mee en is van niemand behalve van zichzelf. Zo maakt één specifieke freelancer dus deel uit van de database van misschien wel vijf aanbieders van flexibele oplossingen. Dat maakt het sec ‘iemand in de database hebben’ alles behalve een onderscheidende waarde.

Terug naar cijfers, een rondje langs de velden (UK)

Alle onderstaande businesses zitten in groeimodus. De mate waarin ze tech-driven zijn verschilt. De één zet techniek in om het eigen proces efficiënter te doen verlopen, de ander biedt de techniek zelf als product aan. Het soort activiteiten verschilt dus (zie plaatje hierboven). Peerpoint, Vario, Adaptive en Agile zetten voornamelijk in op staffing van projecten (mensen dus) terwijl Axiom en Exigent hun omzet halen uit het beschikbaar maken van complete teams in combinatie met de inbreng van techniek om processen van de klant sneller en efficiënter te doorlopen.

ALSP oorsprong UK omzet in mio
Flexible Legal Resources PwC  £ 70 (global)
Axiom n/a  £ 49
Peerpoint Allen & Overy  £ 25
Exigent n/a  £ 11
Vario Pinsent Mason  £   7
Halebury n/a  £   4
Adaptive Simmons & Simmons  ?
Agile Eversheds  ?
Lawyers on Demand (LOD) Berwin Leighton Paisner  ?
Obelisk n/a  ?
UnitedLex n/a  ?

Een snelle rekensom leert dus dat het marktaandeel van ALSP’s in de Engelse juridische markt minimaal 200m GBP groot is. Weinig, als je het afzet tegenover de totale markt, maar toch al zeer aanzienlijk als je in aanmerking neemt dat pak ‘m beet 5 jaar geleden bijna niemand van het begrip ALSP gehoord had. De markt voor alternatieve juridische dienstverleners groeit dus hard is mijn indruk.

En ik ben niet de enige die dat denkt kennelijk. Onlangs werd bekend dat UnitedLex, een ALSP uit de VS,  een investering heeft opgehaald van 500m USD, ja je leest het goed, 500.000.000 dollar. De grootste investering in de juridische markt ooit! Er staat dus nog wel het één en ander te gebeuren…

Relatietherapie nodig?

legal en procurement 1+1=3

Het zou toch eigenlijk 1 + 1 = 3  moeten zijn?

In Nederland is de rol van inkoopprofessionals in corporates de laatste tien jaar drastisch veranderd. Het beeld dat zij alleen nuttig zijn voor het afknijpen van leveranciers is bij de meeste bedrijven achterhaald. Procurement wordt steeds vaker aangemerkt als strategisch gesprekspartner en aanjager van optimalisatie en innovatie.

Bij de meeste afdelingen van bedrijven is er dan ook een behoorlijk draagvlak voor procurement want men ziet de toegevoegde waarde. De experts spreken dan van inkoopvolwassenheid (Van Weele). De uitgaven inzichtelijk, actief contract- en leveranciersmanagement, denken in (toegevoegde) waarde. Zo wordt inkoop de strategische sparring partner die helpt innovatie en digitalisering optimaal te benutten.

Maar voor het inkopen van legal services werkt dat bij veel bedrijven nog heel anders. Waarom is dat toch? Is het inkopen van legal services dan zo wezenlijk anders?

Wat schuilt er achter deze tweedeling?
Ligt het aan één van beiden, aan allebei? Of is de vonk gewoon niet overgesprongen?

Mijn ervaring is dat de spanning tussen inkoop en legal vaak terug te voeren is op verschillen in doelstellingen. Dat veroorzaakt de wrijving. Voor procurement ligt de focus op het reduceren van de kosten en centraliseren en uniformeren van (inkoop)processen. Van oudsher viel dat slecht te rijmen met de focus van legal. Die ligt namelijk op het beperken van risico’s. Risico’s die onvoorspelbaar zijn en vaak een grote impact kunnen hebben voor de organisatie. Te veel besparen op dat vlak zou wel eens slecht kunnen uitpakken. Althans dat was altijd het gevoel bij legal.

Ik weet niet hoe het in uw organisatie gesteld is, maar om eerlijk te zijn, dat is ‘oud denken’. De manier waarop juridische afdelingen gerund worden is erg aan het veranderen, maar ook het inkoopvak heeft zich de laatste jaren enorm ontwikkeld. De veranderingen die legal doormaakt en de uitdagingen waarvoor ze gesteld wordt, zorgen dat een goede samenwerking met een professionele inkoopafdeling eigenlijk onmisbaar is.

Hoog tijd dus voor wat relatietherapie tussen legal en procurement want in hun geval kan 1 + 1 echt op 3 uitkomen.

Wouter Glas

NB. komende tijd onderzoekt LawyerlinQ de actuele stand van legal procurement in Nederland. 

Ben je een procurementprofessional en heb je ervaring in het inkopen van juridische diensten? Doe mee! Deel je ervaringen en krijg inzicht in die van je collega’s bij andere bedrijven.

 

De platformeconomie: upside vs. darkside?

Platformeconomie, AI, ML, IoT, chatbots en blockchain, allemaal buzzwords die je ook in onze wereld de hele dag hoort en leest. Laatst zag ik een post waar al die woorden in één zin genoemd werden. De reactie van een oud-collega was vrij treffend: “Hoppa, in een keer m’n hele start-up-lingo-bingo kaart vol.”

Ik moet bekennen dat ik het allemaal interessante ontwikkelingen vind. Laat ik nu met je over die ‘platformeconomie’ hebben. Je kent ze wel: online toepassingen waarin vraag en aanbod bij elkaar gebracht worden.  Volgens mij is dat namelijk de enige van de buzzwords van dit moment wat ons leven al echt ingrijpend veranderd heeft.

Ik denk dat deze nieuwe marktplaatsen ons veel goeds brengen. Kijkend naar de snelheid waarmee het publiek de toepassingen als Uber, Airnbnb, maar ook bezorgdiensten Thuisbezorgd en Deliveroo adopteert, lijkt me vast staan dat in ieder geval de consument er baat bij heeft.

Maar behalve de consument zijn er bij zo’n marktplaats meerdere partijen betrokken. Namelijk de aandeelhouders van het platform en de daadwerkelijke aanbieder van de diensten die via het platform worden verricht.  Afgelopen weekend drong de vraag zich aan mij op: in hoeverre is er balans tussen de voordelen en belangen van alle partijen die bij zo’n platform betrokken zijn? Volgens mij gaat dat namelijk nogal eens scheef. De aandeelhouder van het platform in kwestie, de vrager van de diensten en de aanbieder hebben niet allemaal een evenredig voordeel.

Voor de bijl: de overstapweken
Onlangs hadden we thuis het idee opgevat om te wisselen van internetprovider. Jaja, de overstapweken hebben ook ons de ogen geopend, en voor je het weet betaal je twee keer te veel. Zonde van het geld, dus het ogenschijnlijk eenvoudige overstaptraject werd ingezet. Spulletjes geleverd, uitgepakt, goed bekeken (natuurlijk lees ik niet de boekjes) en starten-lopen. Althans met een lange dikke kabel over de vloer, want onze ondergrondse infrastructuur thuis was niet berekend op een UTP kabel van de televisie naar de meterkast waar het nieuwe modem staat te knipperen.

Een expeditie in de kruipruimte was onvermijdelijk. Na de prettige bevestiging dat mijn claustrofobie alleszins meevalt vandaag-de-dag (vroeger als klein mannetje durfde ik niet eens in een lift van een parkeergarage), konden de stekkertjes worden aangesloten.

Plug-and-play
Niet dus! De instellingen! DNS server, IP adressen (statisch of dynamisch, kies maar wat je wil), HTTP poorten, RTSP poorten, Subnetmasks. Uhm, dit ga ik denk niet (nooit) begrijpen.

Wat te doen? Dit lijkt zo ingewikkeld dat je ook niet met goed fatsoen even een collega of vriend belt die je een weekend moet komen helpen. Eigenlijk moet ik iemand hebben die dit studeert en wiens hobby dit is! Is daar niet een platform voor?

Whizzkid Frederik
Natuurlijk! Zo gezegd zo gedaan. Ik heb mijn vraag gesteld online en werd binnen no-time teruggebeld door een alleraardigste medewerker die me liet weten dat student informatica (tevens WAN, LAN, DNS whizzkid) Frederik  zaterdag bij me langs kan komen. Hij woont drie straten verderop. Daar word ik vrolijk van. Frederik meldde zich, dronk een glas water en verdween in de kelder.

Na iets meer dan een uurtje rommelen (hij had alleen een paar passwords nodig) sprak hij de verlossende woorden: “Het werkt weer!” Hij heeft me vervolgens uitgelegd waar het aan schortte. Dat heb ik niet helemaal begrepen, dus bij de volgende overstapweken kan ik weer naar hem vragen. Nette jongen verder. Natuurlijk heb ik hem beroepsmatig even bevraagd over geheimhouding, verzekering en hoe het gaat als ik direct met hem in zee wil – hij slaagde met vlag en wimpel.

Nasmaak
Daarna was ik, platform-ondernemer die ik zelf ben, natuurlijk even nieuwsgierig naar het financiële model van het platform dat Frederik en mijzelf bij elkaar had gebracht…

En daar ging het mis. Wat bleek: mijn whizzkid Frederik houdt maar ongeveer 20-25% over van wat ik betaal. Dat komt er dus op neer dat hij net wel/net niet minimumloon verdient en dat het overgrote deel van de omzet verdwijnt in de zakken van de aandeelhouders van het platform!

Ik snap als geen ander dat het ontwikkelen en runnen van een online platform bakken met geld kost (los van de marketinginspanningen en softwareontwikkeling), maar hoe kan het dat degene die dienst daadwerkelijk levert (Frederik) maar zo weinig krijgt?

Natuurlijk zijn er ook voordelen voor hem als platformwerker. Hij krijgt de leads in zijn schoot geworpen, hoeft bijna niets te administreren en het belangrijkste, hij kan op deze manier doen wat hij het leukste vindt: mensen helpen. Dat motiveert Frederik het meest. “Het is gewoon heel leuk werk”.

Uit mijn gesprek met hem bleek: deze platformwerker heeft wel hart voor de klant, maar weinig hart voor de zaak die hem betaalt. Het lijkt me een listige situatie voor het platform in kwestie. Als er een partij opstaat die beter zorgt voor mensen als Frederik, dan hebben ze een serieus probleem.

Bottom line
Zoals het platform van mijn whizzkid het doet moet het dus niet. Dat lijkt me helder. Er valt veel te discussiëren over de positie van maaltijdbezorgers, taxichauffeurs en andere aanbieders via platforms, maar één ding staat voor mij als een paal boven water: degene die het werk doet moet naar verhouding een fair deel van de inkomsten ontvangen. En ik voorspel je: geen enkel platform dat daarmee een loopje neemt zal uiteindelijk overleven. Mensen hebben namelijk een sterk ontwikkeld gevoel voor wat fair is en wat niet.

P.S. De naam Frederik is natuurlijk gefingeerd. De naam van het platform laat ik bewust buiten beschouwing.

Sorry to burst your bubble!

Deze zomer zat ik in een “bubbel” zonder dat ik het doorhad. We waren met het hele gezin op vakantie en had vanuit huis al een huurauto gereserveerd. Het hele gezin kon er met gemak in en de prijs was ook nog eens heel aantrekkelijk. Althans dat dacht ik in mijn enthousiasme.

Bij het ophalen van het super de luxe voertuig barstte m’n bubbel. Wat bleek? Elke dag dat ik ‘m huurde moest ik een extra chauffeur afrekenen en tja, ik moest ‘m natuurlijk ook nog even verzekeren. Nee zelfs een minimale dekking was niet inbegrepen. Alles bij elkaar maakte dat het ding bijna 2x zo duur! Het o zo aantrekkelijk voordeel leek te zijn verdampt nog voor ik instapte.

Gelukkig had ik nog ruimte om naar alternatieven te zoeken, maar dat geluk heb je niet altijd. Ook in de werksfeer niet. Zaak dus om bubbels altijd zoveel mogelijk preventief door te prikken. Dat geldt extra als je op het punt staat om een langdurige samenwerking aan te gaan.

In voor en tegenspoed

Bij huwelijken zijn er altijd mensen die er even fijntjes op wijzen dat het niet alleen rozengeur en maneschijn is. Het gaat om een verbintenis “in voor- en tegenspoed”. Die zwartkijkers worden dan meewarig aangekeken en tijdens de receptie een beetje gemeden, maar laten we wel wezen, de negativos hebben gewoon gelijk. Immers, 1 op 3 huwelijken strandt.

“In voor- EN in tegenspoed. Vier woorden die aangeven dat in een relatie er ook tijden zullen zijn waarin het tegenzit en de euforie en het optimisme van de wittebroodsweken ver achter je liggen. Hoe ga je met elkaar om als de zon niet schijnt en donkere wolken zich samen lijken te pakken? Kun je daar dan samen uitkomen om verder te gaan?

Bubbel

Voor je met een levenspartner in het huwelijk treedt heb je er meestal al een lange periode van daten op zitten. Bij de meeste zakelijke samenwerkingen is dat allerminst het geval. In de voorfase van zo’n samenwerking overheerst ook de euforie en het optimisme van de nieuwe mogelijkheden en de nieuwe successen die men samen gaat bereiken. Een fijn gevoel die alle betrokkenen ook energie geeft.

Merk je dat dat soort sentimenten in de onderhandelingen de boventoon dreigen te spelen, wees dan niet bang om even de zwartkijker te spelen. Prik de bubbel door!

Je MOET

Als je echt het beste met partijen voor hebt moet je ook impopulaire dingen durven zeggen. Het gevaar is namelijk levensgroot dat in de “precontractuele bubbel” afspraken worden gemaakt voor de samenwerking die alleen werken zolang de zon schijnt. Als de chemie dan op enig moment verdwijnt loop je vast. Dan heb je niets meer aan je afspraken of je contract. En ik geef je op een briefje dat je partner dan lang niet meer zo flexibel of toegeeflijk is als bij aanvang. In veel gevallen kom je er dan niet meer uit en zijn advocaten en rechters nog de enige weg.

Een paar tips

  • Betrek een derde vanuit je bedrijf bij de onderhandeling om een “onafhankelijke” blik te laten werpen op het geweldige idee/samenwerking tussen twee partijen. Werk je in een grote organisatie? Dan kan deze rol goed worden vervuld door b.v. procurement.
  • Vraag door op de aanwezigheid van scenario’s voor het oplossen van verschillen van inzicht.
  • Check of het contract in mogelijkheden voorziet om wijzigingen door te voeren.
  • Bespreek een exitregeling/wijze van afscheid nemen, als voortzetting van de relatie echt niet meer opportuun is.
  • Breng de uitgangspunten van beide partijen heel helder in kaart. Waar doen we het voor en wat willen we hiermee bereiken?
  • Bouw momenten in waarop het mogelijk is in her onderhandeling te treden.

Laat de enige bubbels de bubbels van champagne zijn bij het toasten op een langdurige en vruchtvolle samenwerking!

De platformeconomie: next stop

Een doordeweekse avond, waarop de een naar muziekles moet, de ander sport, of nog een vergadering heeft tot laat. Iedereen kent ze wel, de avonden waarop vanwege de ‘avondspits’ het koken erbij in schiet. Je kiest dan snel voor ‘even wat makkelijks eten’. Vroeger betekende dit dan vaak een gang naar de snackbar of buurt chinees. Tegenwoordig is dat anders. Van poké bowls tot Indische rijsttafels, alles kan aan huis worden bezorgd. Je bestelt en betaalt het super makkelijk door een paar klikken op je smartphone. In de grote steden zijn de fietsen en scooters van Ubereats, Foodora, Thuisbezorgd en Deliveroo niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Deze ontwikkeling wordt ook door de media gevolgd en zo worden we nauwgezet op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van deze bedrijven. Zo verkocht de eigenaar van Foodora de Nederlandse tak en bleek Thuisbezorgd.nl nog altijd de grootste in dit rijtje. Maar het echte nieuws was toch wel: ‘de Deliveroo rechtszaak’

Rechtszaak Deliveroo

Het van oorsprong Britse bedrijf won onlangs in Nederland een belangrijke rechtszaak op arbeidsrechtelijk gebied. De markt zat al een tijd te wachten op een rechterlijk oordeel over de rechtspositie van zelfstandige bezorgers. Eind vorig jaar maakte Deliveroo bekend geen werknemers meer in dienst te nemen en alleen nog te zullen werken met zelfstandigen. Een van de maaltijdbezorgers spande, met steun van vakbond FNV een rechtszaak aan. Daarin betoogde hij dat er sprake was van zogenaamde schijnzelfstandigheid.

Overwegingen en uitspraak Rechtbank Amsterdam

Om een lang verhaal kort te maken: De Rechtbank Amsterdam was het niet eens met de bezorger in kwestie. Hij is naar het oordeel van de rechters wel degelijk een echte zzp’er! Dat oordeel baseerde de rechtbank enerzijds op de intentie van partijen bij het opstellen van de overeenkomst en anderzijds de feitelijke uitvoering van de overeenkomst. Hierbij haalde de Rechtbank onder andere aan dat er geen sprake was van een gezagsverhouding en dat de bezorger zich kon laten vervangen, het hem vrij stond om voor concurrenten te werken, geen instructies worden gegeven en de bezorger zelf mocht bepalen of hij een bezorgopdracht wel of niet aannam.

In mijn ogen was het een juiste beslissing van de Rechtbank, maar op basis van de feiten en de huidige jurisprudentie had het ook heel anders kunnen uitpakken. Hoewel de platformeconomie op dit moment nog maar een klein percentage van de arbeidsmarkt omvat, is er veel aandacht voor de zaak. En terecht want het is de eerste keer is dat de Nederlandse rechter zich over zo’n soort zaak heeft  gebogen. De kans is groot dat deze uitspraak invloed heeft op de zowel de ‘meer traditionele’ arbeidsrelatie als op de nieuwe meer flexibele manier van werken.

Wat is de volgende halte?

Voor nu weten we dus hoe de rechter denkt over de contractering van de ‘platformwerker’. Maar als de platformeconomie heel hard groeit kunnen er weer andere zaken gaan spelen. Wat zal er gebeuren als ‘platformwerk’’ niet meer een klein percentage van de economie is, maar deze manier van werken misschien wel de norm wordt? Hoe beschermen we de positie van kwetsbare werknemers? Zal er een grote kloof ontstaan tussen de ‘sterkeren’ en de ‘zwakkeren’? En wat gebeurt er als de economie slechter wordt? De wetgever is, zoals de rechter aangeeft, nu aan zet. In het arbeidsrecht zoals we dat nu kennen, is namelijk geen of in ieder geval onvoldoende rekening gehouden met de arbeidsverhoudingen die voortkomen uit de platformeconomie. Moet het bestaande arbeidsrecht op de schop? Moet hierin wellicht ruimte gemaakt worden voor een zogenaamde ‘tussenvorm’ die landen zoals Duitsland en Engeland al langer kennen? Het is de vraag. 

De overeenkomst van opdracht

De Deliveroo uitspraak geeft enige houvast, maar voor opdrachtgevers blijven de fiscale risico’s bij de inzet van zelfstandigen aanzienlijk. Tot de wetgever hier een oplossing voor heeft bedacht blijft het gebruik van een door de Belastingdienst goedgekeurde overeenkomst van opdracht de enige werkende manier om deze risico’s te beperken. Hoe zit dat met het werken met zelfstandigen in de juridische sector? In mijn vorige blog stipte ik al even aan dat we bij LawyerlinQ gebruik maken van een speciaal, in overleg met de fiscus opgesteld, model voor inzet van zelfstandigen in de core business van een advocatenkantoor of juridische afdeling. Het hoe en waarom van deze overeenkomst, leg ik graag uit in mijn volgende blog.

 

EY koopt innovatieve legal service provider

wereld

Het zijn niet alleen de ‘lawfirms’ en ‘corporates’ die zich aanpassen aan de wereldwijde veranderingen in de legal branch. Ook de Big Four heeft ambities op juridisch gebied. Zo hebben ze vanaf dit jaar alle vier een eigen juridische entiteit en lanceerde PwC eind vorig jaar haar eigen juridische flexpool, de ‘flexible legal resources’.

Gisteren kondigde EY aan de innovatieve dienstverlener Riverview Law over te nemen. Riverview ontstond in 2012 als een samenwerking tussen advocatenkantoor DLA en een specialist in HR outsourcing en richt zich op externe juridische diensten voor legal teams. Hiervoor gebruiken ze nieuwe technologieën en hebben ze een speciaal ‘artificial intelligence’ platform ontworpen. Door het gebruik van Riverviews diensten houden de juridische in-house teams hun handen vrij om zich te richten op complexe en strategische juridische zaken. Riverview verzorgt al het commodity werk.

De overname moet gaan bijdragen aan de verbetering van EY’s aanbod van ‘legal managed services’. Volgens Grossman, EY Global Law Leader, is dit momenteel een van de snelst groeiende onderdelen van de juridische markt. Ze verwachten dat deze overname voor hun klanten onder andere bijdraagt aan het verbeteren van risicomanagement, het vergroten van efficiëntie, meer transparantie en het verlagen van kosten voor juridisch routinewerk.

Interessant detail is dat de oprichter van Riverview, Karl Chapman, uitdrukkelijk verklaart dat de technologie van het bedrijf géén onderdeel van de deal is. Die is ondergebracht in een afzonderlijke onderneming en wordt dus niet meeverkocht aan EY.

Voor het persbericht: klik hier.

Aquisitie WEL op prijs gesteld!

Ken of ben je een Interim Kandidaat Notaris uit de internationale ondernemings- of vastgoedpraktijk? Of begin je binnenkort voor jezelf?

Heb je pas na je vakantie ruimte om bij te springen? No problem. Reageer trouwens ook als je alleen op afstand zou kunnen werken, of maar een beperkt aantal uren ruimte hebt.

In het kader van de flexpool die LawyerlinQ onderhoudt voor de Nederlandse vestiging van een groot Engels kantoor, komen we graag met je in gesprek: mirte@lawyerlinq.com

Door samenloop van diverse grote projecten loopt het notariële team op de Amsterdamse vestiging van het kantoor over. Er zijn al meerdere professionals flexibel ingezet, maar er is meer versterking nodig.

Het fijnst voor het team zou het zijn als er iemand zou kunnen bijspringen die zowel op corporate als op vastgoed uit de voeten kan, maar ze zijn ook al geholpen met iemand die corporate werk zou kunnen oppakken.

#interimkano #kandidaatnotaris #interimjurist #flexpool #LawyerlinQ

Op naar Bretagne!

Aanstaande vrijdag verruil ik het Nederlandse zomerweer voor een paar weken Bretagne. De mensen die mij kennen weten dat ik daar al mijn halve leven kom. Vroeger – in mijn puberjaren – raakte ik verknocht aan Belle-Ile, omdat een van mijn beste vrienden daar een familiehuis had. Jaren later liep ik mijn huidige vrouw tegen het lijf. Drie keer raden waar zij haar hele jeugd hele zomers had doorgebracht… Inderdaad, een paar baaien verderop waar ik mijn vakanties sleet. Iets verder de punt van Bretagne in. “Dat zit wel goed”, dacht ik toen. Nu – weer 15 jaar verder – kijk ik alweer weken uit naar de rit die vrijdag aanvangt. Ik ga met mijn kleine meisje van 4 lekker sturen. Vader en dochter leggen de trip per auto af. Halverwege slapen we bij een van mijn vrienden in Normandië. De volgende dag gaan we door naar Rennes waar we de rest van het gezin inladen (vrouw en zoontje verkiezen het vliegtuig boven mijn stuurmanskunsten), om vervolgens door te rijden naar onze eindbestemming.

Melancholie
Het staat me nog zo helder voor de geest, de keren dat ik knie-aan-knie met mijn geliefde in onze rechtsgestuurde gendarmerie-blauwe Peugeot 205 de tocht aflegde. Gebroken kwamen we soms aan. Aanstaande vrijdag gaat het net zo. Misschien niet echt meer knie-aan-knie (de 205 is geëvolueerd tot een luxe sedan), maar ik weet nu al hoe ik me voel als ik mijn hand op het knietje van mijn dochtertje leg. Ik ben er uit. Ik ben een geluksvogel.

Gek eigenlijk…
Ik ben van nature vrij avontuurlijk ingesteld, maar die Bretonse zomervakantie gaat er waarschijnlijk nooit meer uit. Het is eigenlijk raar hoe dat werkt. Het comfort van weten wat je krijgt, ten opzichte van hoe je (positief) verrast kunt worden in nieuwe situaties.

Dat zie ik ook bij mijn klanten. Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. Klinkt een beetje suf, maar het is wel waar. Als je je blijft omringen met manieren en processen die weinig vernieuwend zijn, dan bestaat de kans dat je een hoop potentie laat liggen. Gelukkig groeit LawyerlinQ hard en maken we steeds weer nieuwe bedrijven blij met onze verfrissende manier van de juiste mensen op de juiste momenten op de juiste plekken krijgen.

Olifanten en klipdassen
En we zien ook veel partijen die hun voortrekkersrol goed vervullen. Steeds vaker halen partijen het nieuws die een samenwerking aangaan met nieuwe alternatieve dienstverleners. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Hogan-Lovells dat partnert met Elevate, een dienstverlener die inzet op het snel beschikbaar maken van flexibel talent.

Ik leefde altijd in de veronderstelling dat olifanten het met olifanten deden (dat grote corporates werken met andere grote corporates). Nu begint het erop te lijken (als ik naar mijn eigen sales-pipe kijk), dat steeds meer olifanten ook af en toe met een muis willen samenwerken. Of beter gezegd met een klipdas, die is immers nauw verwant aan de slurfachtigen. Gelukkig worden dit soort samenwerkingen ondersteund door recent onderzoek. Grote bedrijven besteden steeds iets minder van hun legal spend bij de grote kantoren. We zitten dus nog steeds op de goede weg.

Maar nu: vakantie
Vrijdag en zaterdag worden dus feestdagen. Daarna gaan we in de vakantiemodus. Dat geeft ook even de tijd om de eerste helft van het jaar te overdenken.

Als ik bemerk dat het echt zo is dat de bedrijven blijvend overwegen om niet meer te doen wat ze al deden zodat ze niet krijgen wat ze altijd al kregen, dan zal ik op mijn beurt ook eens overwegen of we niet af en toe een zomer in Bretagne moeten overslaan om een nieuwe bestemming te ontdekken. Het aloude adagium luidt immers practice what you preach….