Mind the gap!

Platforms zijn hot. Hotter dan ooit tevoren. Ik las laatst in een stukje van het economisch bureau van de ING dat old-school spelers in de uitzendbranche (bemiddelaars, payrollers, (uitzend)bureau’s) binnen tien jaar tot 70% van hun markt kunnen verliezen aan platforms. Dat klinkt me – als platformondernemer – natuurlijk als muziek in de oren!

Maar hoe ver zijn we vandaag de dag dan met die platformeconomie? Ga jij regelmatig met een Uber naar je volgende (feest)locatie? (Ver)huur je een huis als het je uitkomt op Airbnb? Bestel je je eten met Deliveroo, Thuisbezorgd of Foodora? En in hoeverre maak je gebruik van een platform in je werkende leven? Met andere woorden: zijn er parallellen te vinden voor het gebruik van platforms in de B2C markt en binnen het juridisch domein?

Een rondje langs de velden

Laatst was ik een paar dagen in London om met partijen te praten die in ons werkveld actief zijn. De afsprakenlijst liep uiteen van legal tech ondernemers die een platform aanbieden tot gerenommeerde kantoren die bewust kiezen voor een aanpak met flexibele krachten.

Eerlijk is eerlijk, als ik door de City loop bekruipt me het gevoel dat het daar toch ècht gebeurt, althans dat men in London een stuk verder is. En het omhooglopen uit de catacomben van Waterloo Station geeft nou eenmaal ook een andere vibe dan mijn dagelijkse beklimming van de trapjes van metrostation Waterlooplein. De verwachtingen waren dus hooggespannen.

Wat schetst mijn verbazing? Al die internationale clubs die zich in de juridische sector profileren als platform kunnen één ding heel erg goed. Marketing. Van de voorkant ziet het er super gelikt uit. Alleen als je achter de voordeur kijkt blijken de processen aan de achterkant (nadat iemand online een vraag heeft gesteld) aan elkaar geknoopt te zitten met een wirwar van Google-forms, excelsheets en gelukkig: de telefoon.

Mama, kijk, zonder handen

Zo geavanceerd als we ons door de metropool begaven met Uber, zo niet-tech-advanced blijken veel partijen waar we vanuit Amsterdam naar opkijken. Zalen vol mensen zitten aan de achterkant de boel aan elkaar te regelen. Op de Chinese manier zoals wij dat noemen, inderdaad: met de handjes. Niks tech.

Enerzijds voelde dat als een geruststelling, anderzijds als moment van besef dat we (nog steeds) op een kruispunt staan om het echt goed te doen. Eigenlijk is het opmerkelijk dat we met LawyerlinQ de processen aan de achterkant tech-wise vrij goed op orde hebben en dat de marketingmachine min-of-meer stationair draait. Dat is een bewuste keuze. Eerst klanten maken en dan pas op de toeter blazen.

De beste stuurlui

Met regelmaat lees ik stukjes over de laatste ontwikkelingen binnen legal tech in de breedste zin. Vaak heb ik het gevoel dat er heel veel lawaai wordt gemaakt. Cruciale vraag is dan ook: “Wie praat erover en wie doet er daadwerkelijk iets mee?”. De ene innovation junky is nog niet uitgewouweld of de volgende zelfbenoemd consultant-in-change verkondigt dat legal tech nu toch echt omarmd wordt door de branche.

Gelukkig ken ik genoeg vooruitstrevende juristen die echt een stap zetten. Enerzijds klanten die slimme nieuwe oplossingen verzinnen om innovatief en efficiënt talent aan zich te binden, maar natuurlijk ook anderzijds: juristen die hun loondienstverband aan de wilgen hangen en gaan ondernemen als freelance lawyer of consultant.

Zij geloven er allemaal in dat er een verschuiving gaat plaatsvinden van vast personeel naar flexibel. En dat het benutten van flexibel talent veel makkelijker moet worden. De krachten achter deze verschuiving zijn zowel bedrijfseconomisch van aard (te grote vaste teams die niet optimaal benut worden zijn vreselijk duur) als simpelweg aanbod-gedreven. Dat laatste betekent dat er steeds meer flexibel talent op de markt zal komen. Talent dat zelf wil kiezen voor een opdracht (in plaats dat de baas dat voor hun doet). Het lijkt er op, zo blijkt uit een rapport van PeerPoint, dat de huidige generatie niet zondermeer bij een bedrijf/kantoor blijft totdat een promotie (tot wat dan ook) verkregen wordt.

Als je ook denkt dat bovenstaand aan het gebeuren is dan ga ik daar graag met je over in gesprek. Als je bovenstaand betwijfelt trouwens ook :-).

Nieuwjaarsbericht Maarten

We staan te trappelen om aan 2018 te beginnen, maar 2017 was een bijzonder jaar voor LawyerlinQ en voor mij persoonlijk. Daarom denk ik dat het leuk is om nog even terug te kijken, zowel voor de mensen die afgelopen jaar nauw betrokken zijn geweest bij ons bedrijf, maar ook voor diegenen die geïnteresseerd zijn wat er in onze markt gebeurt.

Wat heeft 2017 ons gebracht?

Laat ik beginnen met LawyerlinQ. 2017 zal de boeken ingaan als het jaar dat LawyerlinQ serieuze lift-off kreeg. Het aantal advocatenkantoren en juridische afdelingen dat koos om te partneren met LawyerlinQ steeg dit jaar met ruim 200%.

Wij waren gewend om potentieel interessante klanten zelf te benaderen, dus het was even schrikken toen er dit jaar voor het eerst partijen zelf bij ons aanklopten. Een duidelijker teken van product market fit konden we ons als start-up niet wensen.

De omzet steeg in 2017 ook met drie digits, maar minder hard dan de procentuele stijging van het aantal klanten. Reden: nieuwe klanten benutten vaak niet meteen optimaal de potentie van de eigen flexpool die we met hen opzetten. Voor komend jaar ligt hier een uitdaging voor ons.   

Maturity van de markt

We spraken ook in 2017 de meeste ‘beslissers’ in de top van de Nederlandse juridische markt. Het beeld dat daaruit ontstaat is dat de Nederlandse kantoren voor wat betreft ons domein een achterstand hebben ten opzichte van de Angelsaksische.

In Engeland (en de US) zie je dat met een veel bedrijfseconomischer bril gekeken wordt naar de voornaamste kostenpost: staffing. Flexpools worden steeds meer gebruikt als value driver, als methode om met behoud van kwaliteit de vaste (personeels)kosten te verlagen. Sommige kantoren doen dit in eigen beheer, anderen teamen met een partner, maar je ziet de laatste jaren ook dat sommige kantoren hun pool ‘branden’ als afzonderlijk merk. Denk bijvoorbeeld aan Peerpoint (Allen & Overy), Vario (Pinsent Masons) en Lawyers On Demand (Berwin Leighton Paisner).

Winstgevendheid en concurrentiekracht verbeteren

Ons beeld is dat de winstgevendheid en concurrentiekracht van veel Nederlandse advocatenkantoren sterk te verbeteren valt, door kritischer te kijken naar de eigen bezetting en de winstgevendheid. Voor de kantoren is de business case simpel. Gezien hun relatieve inefficiëntie (ik durf te beweren dat de gemiddelde bezettingsgraad rond 50% ligt) is het voor het vergroten van de winstgevendheid noodzakelijk om met behoud van kwaliteit de totale loonsom omlaag te brengen. Volgende stap is dan om productiecapaciteit te organiseren die je alleen hoeft te betalen als je weet dat er omzet tegenover staat.

More for less en wendbaarheid

Voor juridische afdelingen geldt een soortgelijke constatering. Onder druk om externe kosten te besparen zijn veel afdelingen gegroeid de afgelopen jaren. De gedachte hierbij is dat werk dat intern gedaan kan worden, niet uitbesteed hoeft te worden aan dure advocaten. Dat klopt natuurlijk, maar menig CFO is allergisch voor een toename van overhead en verwacht van zijn General Counsel een jaarlijkse reductie. Het tegemoet komen aan die zogenaamde ‘more for less challenge’ wordt nog complexer doordat de dynamiek van het huidige bedrijfsleven van juridische teams een steeds grotere mate van wendbaarheid vereist. Het noopt tot een nieuwe blik op juridische capaciteit, waarbij delen van het interne juridische werk en delen van het aan advocaten uitbestede werk op een andere manier gesourced worden. Automatisering speelt hierbij een rol, maar ook on-demand out- en insourcing via bijvoorbeeld een eigen flexpool.

Ook in 2018 betekent het hebben van veel omzet en veel medewerkers voor advocatenkantoren en juridische afdelingen niet automatisch dat hun resultaten goed zijn. Vanuit deze constatering zullen komend jaar vanuit LawyerlinQ de organisaties waarmee we samenwerken intensiever gaan helpen om met behulp van ons platform flexibele capaciteit in te zetten als middel om kosten te verlangen en winstgevendheid te vergroten.

En wat heeft 2017 mij persoonlijk eigenlijk gebracht?

2017 zal voor mij persoonlijk ook de boeken ingaan als het jaar dat ik ondernemer werd. Ik heb de tien jaar als werknemer (dank iedereen die mijn werkgever wilde zijn) net niet vol kunnen maken. Na precies 9 jaar en 11 maanden, op 1 april 2017, schudde ik mijn laatste baas de hand bij de notaris. Sindsdien zijn we businesspartners, en dat voelt goed! Bijkomend voordeel voor mij is dat ik na tien jaar werken eindelijk het gevoel heb dat ik iets heb gestudeerd dat ik zowaar in het dagelijks werkende leven kan gebruiken. Het duurt even, maar dan heb je ook wat!

Ik wens jullie allemaal een goed, gezond en succesvol 2018!

 

Maarten

PWC lanceert flexpool van advocaten in de VS

Dat er in het veranderende juridische landschap steeds meer aandacht voor en behoefte aan on-demand flexibiliteit bestaat, is niks nieuws. Onlangs lazen we al dat de Law Firms in de Verenigde Staten zich in steeds grotere mate gaan aanpassen aan de ‘behoefte van de millenial’, waar bij ‘flexibility’, ‘efficiency’ en ‘technology’ sleutelwoorden zijn.

Daarnaast zijn ook de pijlen van de Big Four steeds meer gericht op Legal Tech en lanceert PwC een flexpool van advocaten in de Verenigde Staten. Deze flexpool draagt de naam: ‘Flexible Legal Resources’ en heeft, net als de flexpools van LawyerlinQ, o.a. als doel het opvangen van grote pieken in de werkbelasting van juridische teams.

Lees hierover meer op: http://www.advocatie.nl/pwc-start-vs-met-flexpool-van-advocaten

Het Regeerakkoord: wat er voor opdrachtgevers verandert in 4 stappen

Werken met zelfstandige advocaten en juristen wordt makkelijker

Het verdwijnen van de VAR en de komst van de Wet DBA hebben afgelopen jaren voor veel onrust in de markt gezorgd. Het werd chaos. Zozeer zelfs dat de Belastingdienst zich genoodzaakt zag om de handhaving op te schorten.

In haar regeerakkoord kondigt het nieuwe kabinet maatregelen aan om snel te komen tot “een nieuwe balans tussen flex en vast”. De achtergrondgedachte hierbij verwoordt zij als volgt: “Wie bewust kiest voor het zelfstandig ondernemerschap leggen we niets in de weg. Tegelijkertijd beschermen we mensen die vaak onverzekerd en zonder alternatief zijn aangewezen op het ZZP-schap.”

In de commentaren over de inhoud van het Regeerakkoord die wij voorbij zien komen ligt de nadruk erg op een webmodule die er, naar Engels voorbeeld, gaat komen voor opdrachtgevers. Deze module gaat dan een ‘Opdrachtgeversverklaring’ opleveren die duidelijkheid geeft over het al of niet inhouden en afdragen van loonheffing en premies.

De een vindt dat een goed idee, de ander is er mordicus tegen. En de derde verwijst naar het debacle rondom de online ‘Beschikking Geen Loonheffing’ en vermeldt erbij dat de Belastingdienst helemaal niet in staat is om zoiets werkend te krijgen. Slechts een enkeling rept over de tariefsafhankelijke ‘opt-out’ die er waarschijnlijk komt. Voor de organisaties waarvoor wij vanuit LawyerlinQ flexpools maken, onderhouden en administreren, is echter juist dat aspect van cruciaal belang.

4 stappen: hoe het straks waarschijnlijk gaat.

I. Om te beginnen is het goed u te realiseren dat voor u als opdrachtgever, deze materie eigenlijk vooral van belang is voor de juridische professionals die u inhuurt om binnen uw organisatie te opereren. Advocaten en juristen die op afstand, evident buiten enige gezagsrelatie, diensten verlenen, vallen hier buiten.

II. Bedraagt het overeengekomen uurtarief > EUR 75 per uur dan bestaat de mogelijkheid tot een ‘opt out’. In de opdrachtovereenkomst legt u dan vast dat u en uw opdrachtnemer afzien van inhouding en afdracht van loonbelasting en de werknemersverzekeringen.

III. Als u zelfstandige advocaten en juristen inzet in uw reguliere bedrijfsactiviteiten, kunt u dat met de ‘opt out’ maximaal een jaar lang doen zonder het risico om achteraf aangesproken te worden op loonheffing of premieafdracht.

Reguliere bedrijfsactiviteiten
IJkpunt zijn de bedrijfsactiviteiten van uw organisatie als opdrachtgever. Juristen die werken binnen een advocatenkantoor of een rechtsbijstandverzekeraar, doen dat uiteraard in het kader van reguliere bedrijfsactiviteiten, maar het ligt in de rede te veronderstellen dat het begrip in de praktijk opgerekt zal worden naar situaties waarin een interim-jurist in een grotere juridische afdeling werkt. Kijkend naar de historie van dit dossier is het zeer waarschijnlijk dat de stelregel wordt dat een ingehuurde kracht die werk verricht wat in uw organisatie ook door medewerkers in dienstbetrekking gedaan wordt, werkzaam is in het kader van reguliere bedrijfsactiviteiten

IV. Duurt de opdracht langer dan een jaar? Dan hoeft dat op zichzelf nog geen aanleiding tot problemen te zijn. Mits:

  • het uurtarief > EUR 75 per uur is, er een opt-out regeling overeengekomen is, en de ingehuurde jurist NIET werkzaam is in reguliere bedrijfsactiviteiten.

Een interim jurist is niet werkzaam in reguliere bedrijfsactiviteiten als hij of zij niet tijdelijk een vacature vervult en er zijn geen medewerkers in dienstbetrekking die vergelijkbaar werk doen. Hiervan zal bijvoorbeeld sprake zijn als de werkzaamheden een duidelijk projectmatig en dus naar hun aard niet permanent, karakter hebben.

OF

  • uit de ‘Opdrachtgeversverklaring‘ via de nog te realiseren online module, blijkt dat er geen  gezagsrelatie is, of dat de ingehuurde professional zich daadwerkelijk vrij kan laten vervangen.

Zolang het begrip ‘reguliere bedrijfsactiviteiten’ niet volledig uitgekristalliseerd is, wordt het zaak om bij alle opdrachten die tegen de 12 maanden aanlopen, tijdig via de webmodule te checken of er niet sprake is van arbeid+loon+gezag. Is dat er wel, dan zal het vaak verstandig zijn om over te gaan tot inhouding en afdracht van loonbelasting en premies. Alleen als glashelder is dat de werkzaamheden niet tot de reguliere bedrijfsactiviteiten behoren kunt u zonder fiscale risico’s de samenwerking voortzetten als opdrachtgever-opdrachtnemer.

 

Vragen?

Wij bij LawyerlinQ zijn voorzichtig positief over de aangekondigde veranderingen. Naar het zich laat aanzien, wordt het voor uw organisatie makkelijker om het volledige potentieel van ‘on demand’ kennis en capaciteit te benutten.

Heeft u het beheer van uw flexpool uitbesteed aan LawyerlinQ? Dan mag u ervan uitgaan dat we de uitwerking van dit regeerakkoord voor u op de voet volgen. U hoeft dan niets te doen. ‘We take care of it all’ zoals u van ons gewend bent. Op termijn zullen we alleen uw akkoord vragen op aangepaste overeenkomsten en eventueel aangepaste beheersmaatregelen.

Heeft u andere vragen? Aarzel dan niet om contact op te nemen met uw LawyerlinQ community manager, of met mij natuurlijk: 0646443545

Marijn

Zeg, ken jij de hosselman/vrouw?

Ben jij al bekend met de kunst van het hosselen? De arbeidsmarkt verandert snel en daarom zijn nieuwe manieren van werken steeds belangrijker. We hadden het over hosselen dus… Iedereen schijnt het te kunnen, want iedereen heeft vroeger immers geknikkerd. Maar wat is dat dan precies, dat hosselen? Even geleden alweer, maar niet minder relevant voor vandaag de dag, stond hierover een leuk stuk in het NRC handelsblad.

Schermafbeelding 2017-05-26 om 13.53.46

Benieuwd waar deze afbeelding vandaan komt?

Uit het artikel

‘De opportunistische houding wordt belangrijker op een veranderende arbeidsmarkt, stelt Janjoost Jullens, oprichter van creatief platform Studio Wolfpack en mede-organisator van de avond in Pakhuis de Zwijger: ‘Skills for the next economy’. Jullens: „De technologie verandert ontzettend snel en er is steeds minder zeker.” Vaste banen verdwijnen, de gig economy komt op: een maatschappij waarin mensen meer en meer van losse opdrachten of tijdelijke contracten leven.

In die ‘nieuwe’ economie moet je kunnen hosselen, vindt Jullens, of je dat nu leuk vindt of niet. Een term die hij overigens prefereert boven freelancen of scharrelen: „Dat klink zo schattig. Hosselen is de honger hogerop te komen, gegeven een matige uitgangspositie. Het is een levenshouding. Er spreekt meer durf uit: ‘Dit kan ik, en daar ga jij voor betalen.’”

Jeanine Schreurs, auteur van het boek Ga hosselen, geld verdienen door ondernemend te leven, beaamt die gedachte. Hosselen beschrijft zij als „je kostje bij elkaar scharrelen, niet afhankelijk zijn van een enkele inkomstenbron, de handjes laten wapperen.” Een ‘hosselaar’ is volgens Schreurs een ondernemende duizendpoot, die kansen grijpt en risico’s spreidt. Gaat een opdracht niet zo lekker? Gelukkig staan er meerdere pannetjes op het vuur.

Is dat niet gewoon klassiek ondernemen? „Beslist niet”, zegt Schreurs. „Heb je het over ondernemen, dan heb je het al gauw over iemand die een bedrijf opzet. Een bedrijf dat succesvol moet zijn, en waar ondernemers zich bovendien geneigd zijn op blind te staren.” Hosselen daarentegen is een manier van leven, je bént dan de onderneming, stelt ze. „Het is je continu afvragen: met welke zaakjes kan ik precies genoeg geld verdienen om een leuk leven te hebben? Groeit een van die pannetjes uit tot iets groters? Dan is dat mooi meegenomen.”’

Klik hier voor het hele artikel.

 

 

 

‘The era of the intelligent enterprise’

Het onderwerp van het jaarlijkse onderzoeksrapport van Accenture is ‘technology for people, the era of the intelligent enterprise’. Hierin komen 5 IT trends voor innovatie aan bod waarvan ‘workforce marketplace’ een belangrijke is voor iedere organisatie.

5X7C9550

Benieuwd waar deze afbeelding vandaan komt?

Een groot deel van de ondervraagde organisaties stelt onder grote druk te staan als het gaat om innovatie ten aanzien van het personeelsbestand en de bedrijfsstructuur. Volgens hen zorgt een conservatieve bedrijfsstructuur voor teruggang van productiviteit en minder innovatiemogelijkheden. De meeste bestuurders zeggen dan ook van plan te zijn het komende jaar (meer) zelfstandigen te gaan inschakelen.

Wat moet er gebeuren om organisaties met conservatieve bedrijfsstructuren sneller en wendbaarder te laten worden, zodat ze kunnen inspelen op veranderingen en mogelijkheden die de huidige economie met zich meebrengt?

De platformtechnologie biedt uitkomst. Het (deels) vervangen van een traditionele structuur door een platform, draagt bij aan ondersteuning van dynamische samenwerking op on demand projectbasis, gebaseerd op vaardigheden, kennis en personeelsbehoeften. Twee aspecten staan centraal bij deze digitale transformatie:

  1. Online managen van werk op een platform. Door het gebruik van een platform wordt het plannen, managen en uitvoeren van freelance werk gemakkelijker. Daarnaast zal het personeelsbestand voor een groter deel uit zelfstandigen bestaan. Tenslotte maken digitale communicatie- en samenwerkingsmodellen het werken op afstand efficiënter.
  2. Arbeidskrachten on demand. Bedrijven moeten hun behoeften verbinden met het on demand aanbod van goed gekwalificeerde/geschoolde werknemers. Dit heeft voordelen ten aanzien van tijd, kosten, locatie en transparantie bij het matchen van vraag en aanbod.

Verouderde businessmodellen worden al op veel plaatsen (deels) vervangen door de zogenoemde talent marketplaces. Volgens het onderzoek zal dit de sleutel zijn tot snelle, innovatieve en organisatorische veranderingen die bedrijven nodig hebben om een ‘truly digital business’ te worden. Een tweede belangrijke trend uit het onderzoek is: Ecosystem power plays. Een platform werkt niet zonder een goed werkend digitaal ecosysteem. Het is van belang om zorgvuldig je (digitale) partners te kiezen, zodat je deze vervolgens kunt omarmen en vertrouwen waardoor beide kanten van het platform elkaar zullen vinden op de arbeidsmarkt: vraag en aanbod.

Kortom: koren op onze molen!

Natuurlijk weten we dat ontwikkelingen in het juridisch domein over het algemeen minder snel gaan dan in diverse andere branches, maar het is toch mooi te lezen dat we met LawyerlinQ op dit spoor zitten.

Voor het hele rapport klik hier en voor een beknopte versie klik hier.

 

 

LawyerlinQ in Advocatie magazine: 4 van onze klanten aan het woord

Schermafbeelding 2017-01-16 om 17.28.06

In Advocatie Magazine van september 2016 volop aandacht voor het fenomeen ‘flex pool’. Bij meer dan de helft van de kantoren die in dit stuk aan het woord komen is LawyerlinQ betrokken of betrokken geweest bij de flex pool. Op de achtergrond en zo hoort het ook.

Door Michel Knapen

Minstens 450 zelfstandig juristen en advocaten. Zoveel zijn er aangesloten bij het Netwerk van Ondernemende Juristen. En veel meer zouden tot het netwerk willen toetreden, maar ze voldoen lang niet altijd aan de criteria, zoals minimaal vijf jaar werkervaring. Wie wel wordt toegelaten, kan mogelijk rekenen op mooie opdrachten van grote advocatenkantoren die soms extra handjes of expertise nodig hebben.

Wil je het hele artikel lezen? Dan moet je hier even naar Advocatie Magazine gaan.

Steeds meer… met minder

Zie onderstaand een blog van collega Marijn Rooymans uit ‘De 5 voor bedrijfsjuristen’, een themanieuwsbrief van WoltersKluwer.

Heb je ook dat gevoel? Dat de werkdruk sluipenderwijs toeneemt terwijl er budgettair geen enkele rek lijkt te zijn? Zou daar misschien al die aandacht voor ‘legal tech’ vandaan komen? Uit de stille hoop dat het met behulp van technologie lukt om de druk wat te verlichten? Dat het mogelijkheden schept om steeds meer te doen met hetzelfde-, of zelfs met een lager budget?

Het zou best kunnen, maar ik ben eerlijk gezegd bang dat ‘legal tech hype’ de huidige generatie bedrijfsjuristen niet van de ene op de andere dag soelaas zal bieden. Van technologische ontwikkeling is namelijk ook bekend dat mensen er altijd meer van verwachten dan op dat moment feitelijk mogelijk is. En realiteit is ook dat juist in een bedrijfsjuridische afdeling onder druk, het erg moeilijk is om nieuwe technologie te implementeren.

De drempel is nog te hoog

Kijk naar een tool als Weagree, waarmee je je eigen modelcontracten kunt automatiseren. In potentie een fantastische manier om de productie voor elke juridische afdeling te verhogen. Moet je alleen wel eerst even je modelcontracten op orde maken (en ze erin stoppen). Maak daar maar eens tijd en geld voor vrij als je toch al de helft van de tijd achter de feiten aan lijkt te lopen. Idem voor bijvoorbeeld Effacts. Natuurlijk wil je je house keeping en contractenbeheer centraal, op orde en in the cloud. Maar heb je tijd of geld over om iemand in te huren om alles correct in te voeren in je nieuwe systeem?

Het komt neer op het oude adagium dat ‘verbouwen’ heel lastig is, als ondertussen ‘de winkel’ vol met klanten staat. Helemaal als die klanten verlangen dat ze ondertussen op hun wenken bediend worden op dezelfde manier als ze gewend zijn.

Dus:

Ja, natuurlijk gaat ons werk veranderen onder invloed van robots en Artificial Intelligence en ja natuurlijk moet je daarop inspelen als je kunt, maar wat heb je er NU aan?

Hoe ga je de ‘meer voor minder’ ontwikkeling het hoofd bieden als technologie je op korte termijn niet kan helpen en de ‘kaasschaaf’ ook niet meer werkt? Is het een idee eens te kijken naar de manier waarop je het werk georganiseerd hebt?

In de praktijk

Bij een steady stroom van werk is een team van vaste medewerkers de meest kostenefficiënte oplossing. De realiteit is echter dat weinig bedrijven echt een compleet steady stroom werk hebben.

Bij de meeste ondernemingen wordt steeds meer gewerkt in projecten en projectteams. Bovendien zijn de meeste grote organisaties constant in beweging. Je kunt nu wel mensen aannemen, maar wie weet wat er over een paar maanden van je team gevraagd wordt.

Tijdelijke functievervulling: kostbare flexibiliteit

Eind jaren ’90 van de vorige eeuw ontstond het fenomeen ‘interim-jurist’, de voormalige advocaat of legal counsel als zzp’er. Bedrijven begonnen zelfstandige juridische professional te gebruiken om ziekte en zwangerschapsverloven op te vangen en om moeilijk vervulbare vacatures waar te nemen. Al vrij snel ontdekte men ook de mogelijkheden van de inzet van interim-juristen voor tijdelijke teamuitbreiding in tijden van drukte. Juridische afdelingen begonnen massaal interim juristen te gebruiken om pieken op te vangen c.q. gaten te vullen. Via bemiddelingsbureaus huurde men ze in voor 4 of 5 dagen per week. Zo werden veel interim-juristen dure fte’s, want vaak volgde verlenging op verlenging.

Onder druk van de sterk toegenomen concurrentie en de stagnerende economische groei vanaf 2008, zijn de tarieven de laatste jaren wat gedaald. Een veel belangrijkere ontwikkeling is echter dat de interim opdrachten ‘kleiner’ worden. Waar voorheen een full time inzet de norm was, is dat vrijwel verschoven naar parttime. We zien ook veel meer opdrachtgevers vragen om interim-juristen die 2 a 3 dagen per week voor hen beschikbaar zijn. Op die manier speelt men in op een ontwikkeling waarin het werk steeds projectmatiger wordt.

Neem een voorbeeld aan succesvolle advocatenkantoren

Gek genoeg kunnen de juridische managers in het bedrijfsleven wat dit betreft iets leren van hun, als conservatief te boek staande, vakgenoten in de advocatuur. Advocatenkantoren waren tot enkele jaren geleden terughoudend bij het inzetten van ‘niet-eigen’ personeel en liepen wat dat betreft ver achter op het bedrijfsleven. Maar de succesvolste onder hen maken op dit moment een enorme inhaalslag, het lijkt wel een kangaroesprong, en streven de vroegere voorhoede van corporate legal departments voorbij in slim organiseren.

Onder de druk van de noodzaak om steeds bedrijfsmatiger te gaan opereren hebben met name de grote internationale kantoren namelijk ontdekt hoe zij kunnen profiteren van het leger aan ‘legal free agents’ wat er het afgelopen decennium is ontstaan. Net als unbundling komt deze ontwikkeling uit de de Angelsaksische markt waar kantoren als Berwin Leighton Paisner, DLA, Pinsent Masons, Eversheds en Allen & Overy de inzet van freelance lawyers bewust onderdeel hebben gemaakt van hun staffing en strategie. In Nederland is De Brauw Blackstone een voorloper.

Flexibiliteit geinstitutionaliseerd

Kenmerkend voor deze benadering is dat de inzet van zelfstandige advocaten en juristen niet langer ad hoc benaderd wordt via bureaus die cv’s leveren, maar dat deze kantoren overgaan tot het institutionaliseren ervan. Men bouwt alleen, of steeds vaker in samenwerking met gespecialiseerde partners, een eigen pool professionals op waarmee men ‘on demand’ samenwerkt. Kennis en capaciteit die per dossier, per project als het ware ‘ontbundeld’ wordt ingeschakeld en in de meeste gevallen ook alleen op basis van productieve uren wordt afgerekend (dit in tegenstelling tot traditionele interim juristen die op basis van hun beschikbaarheid worden betaald)

Die slimme kantoren zien het samenwerken met free agents niet langer als een noodzakelijk kwaad. Zij maken steeds bewuster keuzes omtrent het optimaal gebruiken en ontwikkelen van eigen medewerkers en het creëren van sterkere proposities voor klanten. En daarbij benutten ze het feit dat er ook buiten de eigen gelederen heel goeie professionals beschikbaar zijn.

Bijkomend voordeel van het planmatig inzetten van ‘on demand’ krachten is dat men veel nauwgezetter kan sturen op de interne bezettingsgraad van vaste medewerkers. Ook de verhouding tussen vaste (personeels)kosten en variabele kosten is heel eenvoudig te beïnvloeden zodat het kantoor winstgevender en minder kwetsbaar wordt voor conjuncturele schommelingen.

De toekomst is unbundled

Naarmate projectmatig werken verder doorgevoerd wordt en wendbaarheid voor bedrijven belangrijker is, zullen functies steeds meer rollen worden en taken meer uitgedrukt worden als ‘deliverables’. Dat verdraagt zich steeds minder met de statische benadering van de traditionele functie.

Als werk steeds meer uit projecten en deliverables bestaat ontstaan kleinere werkpakketten die het makkelijker maken om verschillende delen door verschillende mensen te laten uitvoeren. De Engelsen hebben daar een goed woord voor: ‘unbundling’. Wel eens van gehoord? In dit artikel uit de Harvard Business Review uit 2012 wordt het goed uitgelegd. Deze manier van kijken naar juridische projecten is sterk in opkomst en dat komt waarschijnlijk omdat het eigenlijk logisch is. Elk project bestaat namelijk uit complexe en minder complexe taken. Er is denk- en uitvoerend werk, en vaak is een groot deel administratief van karakter. Voorheen legde je complete projecten bij 1 organisatie (of een bedrijfsjuridische afdeling) neer. Bij ‘unbundling’ leg je elk onderdeel van het project neer bij de partij (of professional) die daartoe het best uitgerust is en die dus de beste ‘value for money’ kan bieden.

Wat zou het zijn als je de ‘unbundling gedachte’ eens toepast op het werk van het bedrijfsjuridische team? Dan ontstaat de mogelijkheid om elk onderdeel te beleggen bij degene die daartoe op dat moment het beste geoutilleerd is en dit dus tegen de meest passende prijs-kwaliteitverhouding kan aanbieden. Voor een klein zeer high end deel kom je dan uit bij je vaste law firms. En uiteraard doet je vaste team een groot deel, maar voor alles wat je daarbovenop nodig hebt werk je samen met professionals die je kent en vertrouwt, maar die niet permanent tot je organisatie behoren.

Mee-ademen met de vraag

Die flexibele schil (en dan hebben we het dus niet over mensen die maanden bij je rondlopen) stelt je in staat om qua kennis en capaciteit ‘mee te ademen’ met het werk dat op je af komt. Dat is de optimale afstemming. Je koopt geen beschikbaarheid in, maar brengt op een slimme manier werk onder bij professionals die dat voor je willen doen op het moment dat je het nodig hebt: ‘on demand’. Bijvoorbeeld omdat je voor een project even bepaalde ervaring of kennis nodig hebt, maar ook als een van je mensen even dreigt over te lopen. Dan zet je bij wijze van spreken de afhandeling van 1 contractje (of 100) buiten de deur.

Er is geen reden om de toekomst niet nu al te omarmen

Begin, vanwege de quick win, met een deel van het werk wat je aan advocatenkantoren uitbesteed, onder te brengen bij goedkopere aanbieders, of zelfstandige legal counsel. Of schakel eens een voormalige interim-jurist in om een contract te behandelen waar je team geen tijd voor heeft. Met andere woorden: het is niet moeilijk om met unbundling te experimenteren, je hoeft er geen reorganisatie voor door te voeren en waarschijnlijk ken je al een paar professionals die op deze manier ingezet zouden kunnen worden.

Bevalt het? Dan zet je een volgende stap en ga je het verder inrichten.

 

Marijn

In het kader van transparantie: Ik ben betrokken bij LawyerlinQ: een serviceprovider die professionele partijen in de juridische industrie begeleidt bij het formeren van en werken met flex communities.

Flexibele schil: niet langer gedreven door piek en ziek

ZP’er komt eraan. Zie hier een rapport van ABN AMRO. Interessant om te lezen hoe de ontwikkelingen worden gezien.

“De flexibilisering van de arbeidsmarkt is actueler dan ooit. In het eerste kwartaal van 2016 telde Nederland ruim één miljoen zzp’ers, een groei van zes procent ten opzichte van vorig jaar. Het aandeel hoogopgeleiden binnen deze groep neemt sterk toe. Deze subgroep noemen we ook wel ‘zelfstandige professionals’ (zp’ers). Organisaties zijn positief over deze ontwikkeling: één op de vijf werkgevers verwacht dat hun personeelsbestand in 2030 voornamelijk bestaat uit flexkrachten die ook voor andere werkgevers werkzaam kunnen zijn1. Deze groeiende vraag van organisaties naar flexibele werknemers kunnen we op verschillende manieren verklaren.”

 

Let’s go to Hollywood

Hollywood-Sign-Dragan-1541-1Dat is sowieso een goed idee, al is het maar om het een keer gezien te hebben. Laatst wees iemand mij op het Hollywood-model. Ik kon me er meteen een voorstelling bij maken.

Sterker nog: door de hectische tijd van afgelopen maanden op het thuisfront zit ikzelf middenin een Hollywood-achtige productie. Voor de goede orde, mijn lieftallige vrouw voert natuurlijk de daadwerkelijke regie.

Zoals bleek uit mijn vorige stukje zat ik in een verhuizing. Inmiddels zijn de kasten verkocht (tegen een belachelijk laag bedrag, maar dat terzijde…), is de oudste alweer dubbel en dwars gewend op de nieuwe crèche en zijn we langzaam bekend aan het raken in het toch wel hoogbejaarde dorp waar we terecht zijn gekomen (ik weet dat Naarden haar stadsrechten heeft verworven rond 1300, maar het voelt nu eenmaal meer als een dorp dan een stad).

De Pax ontgroeid

Wat opvalt is – nu we de stap hebben gezet van een stads appartement naar een huis met een tuin – dat ik veel bezig ben met ‘mannetjes’. Laat me dat even uitleggen. Het afgelopen half jaar hebben we een hoop klussen moeten klaren. Als kleinzoon van een schilder kan ik best wat in het kader van home improvement, al heb ik het idee dat het verstrijken van de generaties het klus-gen in de mannelijke lijn van mijn familie geen goed heeft gedaan. Laatst zag ik mijn vader op een vrij knullige wijze een mini-picknicktafel voor onze kinderen in elkaar zetten. In de woonkamer, tussen de rotzooi, teveel gaten voorboren, alles een tikkie scheef. Maar eerlijk is eerlijk, ik werk misschien iets netter maar ben achteraf zeker niet minder gefrustreerd. Als ik een klusje heb gedaan rest vaak het gevel dat ik er eigenlijk niet echt goed in ben…

We hadden dus ‘mannetjes’ nodig. De bouwkundige keuring leverde wat puntjes van aandacht op die samen een projectje zijn. Dus ik ging op zoek. Inmiddels heb ik Victor voor het voegwerk, Alex weet alles van kitten (dat is dus ook een vak apart) en Gerry is de meesterschilder. Andy is er voor de keukenkastjes, Ben doet het alarm en Henri heeft het dak opgefrist. Natuurlijk zijn er ook dames in het spel; Teddy helpt met schoonhouden en Latoya is anderhalve dag per week bij ons thuis om op de kindjes te passen. Een klein leger van zelfstandigen die wij af en toe aanhaken als er klusjes te vergeven zijn. Noem het ons sterrenteam.

Die manier van organiseren lijkt sterk op het Hollywood-model. De taken in een project worden gedefinieerd, een team wordt op de been gebracht – en ze werken zo lang samen als nodig is om de klus te klaren. Ieder doet waar hij goed in is. Denk dus aan het maken van een film – of zelfs een bepaalde scene. De beste regisseur, producent, cameraman, acteur, visagiste etc. komen samen om een resultaat te behalen. Als de klus geklaard is gaat eenieder weer zijn eigen weg – om vervolgens in een nieuwe constellatie weer van waarde te zijn. In goed Nederlands maken deze mensen onderdeel uit van de gig-economy.

Fragmentatie als norm voor de toekomst?

Die versnippering van werk en manier van organiseren is een ontwikkeling die me interesseert. En deze ontwikkeling is ook voelbaar in mijn dagelijkse bezigheden voor LawyerlinQ, waarbij we voor advocatenkantoren en juridische afdelingen tailor made netwerken van juridische free agents samenstellen. Hoe je het precies noemt maakt niet uit, maar het is sterk in opkomst. Niet alleen in de juridische sector, maar bijvoorbeeld ook in consulting. En de – met name jongere – professionals (millenials) staan zeer positief tegenover kortere, meer specialistische werkzaamheden. Afgerekend worden op waar je echt goed in bent in combinatie met werken in veel verschillende samenstellingen en op de manier die je het beste past. Zeg nou zelf. Wie wil dat niet?

 

Photo Courtesy of Dragan Radocaj and Shane Yeend.