Steeds meer… met minder

Zie onderstaand een blog van collega Marijn Rooymans uit ‘De 5 voor bedrijfsjuristen’, een themanieuwsbrief van WoltersKluwer.

Heb je ook dat gevoel? Dat de werkdruk sluipenderwijs toeneemt terwijl er budgettair geen enkele rek lijkt te zijn? Zou daar misschien al die aandacht voor ‘legal tech’ vandaan komen? Uit de stille hoop dat het met behulp van technologie lukt om de druk wat te verlichten? Dat het mogelijkheden schept om steeds meer te doen met hetzelfde-, of zelfs met een lager budget?

Het zou best kunnen, maar ik ben eerlijk gezegd bang dat ‘legal tech hype’ de huidige generatie bedrijfsjuristen niet van de ene op de andere dag soelaas zal bieden. Van technologische ontwikkeling is namelijk ook bekend dat mensen er altijd meer van verwachten dan op dat moment feitelijk mogelijk is. En realiteit is ook dat juist in een bedrijfsjuridische afdeling onder druk, het erg moeilijk is om nieuwe technologie te implementeren.

De drempel is nog te hoog

Kijk naar een tool als Weagree, waarmee je je eigen modelcontracten kunt automatiseren. In potentie een fantastische manier om de productie voor elke juridische afdeling te verhogen. Moet je alleen wel eerst even je modelcontracten op orde maken (en ze erin stoppen). Maak daar maar eens tijd en geld voor vrij als je toch al de helft van de tijd achter de feiten aan lijkt te lopen. Idem voor bijvoorbeeld Effacts. Natuurlijk wil je je house keeping en contractenbeheer centraal, op orde en in the cloud. Maar heb je tijd of geld over om iemand in te huren om alles correct in te voeren in je nieuwe systeem?

Het komt neer op het oude adagium dat ‘verbouwen’ heel lastig is, als ondertussen ‘de winkel’ vol met klanten staat. Helemaal als die klanten verlangen dat ze ondertussen op hun wenken bediend worden op dezelfde manier als ze gewend zijn.

Dus:

Ja, natuurlijk gaat ons werk veranderen onder invloed van robots en Artificial Intelligence en ja natuurlijk moet je daarop inspelen als je kunt, maar wat heb je er NU aan?

Hoe ga je de ‘meer voor minder’ ontwikkeling het hoofd bieden als technologie je op korte termijn niet kan helpen en de ‘kaasschaaf’ ook niet meer werkt? Is het een idee eens te kijken naar de manier waarop je het werk georganiseerd hebt?

In de praktijk

Bij een steady stroom van werk is een team van vaste medewerkers de meest kostenefficiënte oplossing. De realiteit is echter dat weinig bedrijven echt een compleet steady stroom werk hebben.

Bij de meeste ondernemingen wordt steeds meer gewerkt in projecten en projectteams. Bovendien zijn de meeste grote organisaties constant in beweging. Je kunt nu wel mensen aannemen, maar wie weet wat er over een paar maanden van je team gevraagd wordt.

Tijdelijke functievervulling: kostbare flexibiliteit

Eind jaren ’90 van de vorige eeuw ontstond het fenomeen ‘interim-jurist’, de voormalige advocaat of legal counsel als zzp’er. Bedrijven begonnen zelfstandige juridische professional te gebruiken om ziekte en zwangerschapsverloven op te vangen en om moeilijk vervulbare vacatures waar te nemen. Al vrij snel ontdekte men ook de mogelijkheden van de inzet van interim-juristen voor tijdelijke teamuitbreiding in tijden van drukte. Juridische afdelingen begonnen massaal interim juristen te gebruiken om pieken op te vangen c.q. gaten te vullen. Via bemiddelingsbureaus huurde men ze in voor 4 of 5 dagen per week. Zo werden veel interim-juristen dure fte’s, want vaak volgde verlenging op verlenging.

Onder druk van de sterk toegenomen concurrentie en de stagnerende economische groei vanaf 2008, zijn de tarieven de laatste jaren wat gedaald. Een veel belangrijkere ontwikkeling is echter dat de interim opdrachten ‘kleiner’ worden. Waar voorheen een full time inzet de norm was, is dat vrijwel verschoven naar parttime. We zien ook veel meer opdrachtgevers vragen om interim-juristen die 2 a 3 dagen per week voor hen beschikbaar zijn. Op die manier speelt men in op een ontwikkeling waarin het werk steeds projectmatiger wordt.

Neem een voorbeeld aan succesvolle advocatenkantoren

Gek genoeg kunnen de juridische managers in het bedrijfsleven wat dit betreft iets leren van hun, als conservatief te boek staande, vakgenoten in de advocatuur. Advocatenkantoren waren tot enkele jaren geleden terughoudend bij het inzetten van ‘niet-eigen’ personeel en liepen wat dat betreft ver achter op het bedrijfsleven. Maar de succesvolste onder hen maken op dit moment een enorme inhaalslag, het lijkt wel een kangaroesprong, en streven de vroegere voorhoede van corporate legal departments voorbij in slim organiseren.

Onder de druk van de noodzaak om steeds bedrijfsmatiger te gaan opereren hebben met name de grote internationale kantoren namelijk ontdekt hoe zij kunnen profiteren van het leger aan ‘legal free agents’ wat er het afgelopen decennium is ontstaan. Net als unbundling komt deze ontwikkeling uit de de Angelsaksische markt waar kantoren als Berwin Leighton Paisner, DLA, Pinsent Masons, Eversheds en Allen & Overy de inzet van freelance lawyers bewust onderdeel hebben gemaakt van hun staffing en strategie. In Nederland is De Brauw Blackstone een voorloper.

Flexibiliteit geinstitutionaliseerd

Kenmerkend voor deze benadering is dat de inzet van zelfstandige advocaten en juristen niet langer ad hoc benaderd wordt via bureaus die cv’s leveren, maar dat deze kantoren overgaan tot het institutionaliseren ervan. Men bouwt alleen, of steeds vaker in samenwerking met gespecialiseerde partners, een eigen pool professionals op waarmee men ‘on demand’ samenwerkt. Kennis en capaciteit die per dossier, per project als het ware ‘ontbundeld’ wordt ingeschakeld en in de meeste gevallen ook alleen op basis van productieve uren wordt afgerekend (dit in tegenstelling tot traditionele interim juristen die op basis van hun beschikbaarheid worden betaald)

Die slimme kantoren zien het samenwerken met free agents niet langer als een noodzakelijk kwaad. Zij maken steeds bewuster keuzes omtrent het optimaal gebruiken en ontwikkelen van eigen medewerkers en het creëren van sterkere proposities voor klanten. En daarbij benutten ze het feit dat er ook buiten de eigen gelederen heel goeie professionals beschikbaar zijn.

Bijkomend voordeel van het planmatig inzetten van ‘on demand’ krachten is dat men veel nauwgezetter kan sturen op de interne bezettingsgraad van vaste medewerkers. Ook de verhouding tussen vaste (personeels)kosten en variabele kosten is heel eenvoudig te beïnvloeden zodat het kantoor winstgevender en minder kwetsbaar wordt voor conjuncturele schommelingen.

De toekomst is unbundled

Naarmate projectmatig werken verder doorgevoerd wordt en wendbaarheid voor bedrijven belangrijker is, zullen functies steeds meer rollen worden en taken meer uitgedrukt worden als ‘deliverables’. Dat verdraagt zich steeds minder met de statische benadering van de traditionele functie.

Als werk steeds meer uit projecten en deliverables bestaat ontstaan kleinere werkpakketten die het makkelijker maken om verschillende delen door verschillende mensen te laten uitvoeren. De Engelsen hebben daar een goed woord voor: ‘unbundling’. Wel eens van gehoord? In dit artikel uit de Harvard Business Review uit 2012 wordt het goed uitgelegd. Deze manier van kijken naar juridische projecten is sterk in opkomst en dat komt waarschijnlijk omdat het eigenlijk logisch is. Elk project bestaat namelijk uit complexe en minder complexe taken. Er is denk- en uitvoerend werk, en vaak is een groot deel administratief van karakter. Voorheen legde je complete projecten bij 1 organisatie (of een bedrijfsjuridische afdeling) neer. Bij ‘unbundling’ leg je elk onderdeel van het project neer bij de partij (of professional) die daartoe het best uitgerust is en die dus de beste ‘value for money’ kan bieden.

Wat zou het zijn als je de ‘unbundling gedachte’ eens toepast op het werk van het bedrijfsjuridische team? Dan ontstaat de mogelijkheid om elk onderdeel te beleggen bij degene die daartoe op dat moment het beste geoutilleerd is en dit dus tegen de meest passende prijs-kwaliteitverhouding kan aanbieden. Voor een klein zeer high end deel kom je dan uit bij je vaste law firms. En uiteraard doet je vaste team een groot deel, maar voor alles wat je daarbovenop nodig hebt werk je samen met professionals die je kent en vertrouwt, maar die niet permanent tot je organisatie behoren.

Mee-ademen met de vraag

Die flexibele schil (en dan hebben we het dus niet over mensen die maanden bij je rondlopen) stelt je in staat om qua kennis en capaciteit ‘mee te ademen’ met het werk dat op je af komt. Dat is de optimale afstemming. Je koopt geen beschikbaarheid in, maar brengt op een slimme manier werk onder bij professionals die dat voor je willen doen op het moment dat je het nodig hebt: ‘on demand’. Bijvoorbeeld omdat je voor een project even bepaalde ervaring of kennis nodig hebt, maar ook als een van je mensen even dreigt over te lopen. Dan zet je bij wijze van spreken de afhandeling van 1 contractje (of 100) buiten de deur.

Er is geen reden om de toekomst niet nu al te omarmen

Begin, vanwege de quick win, met een deel van het werk wat je aan advocatenkantoren uitbesteed, onder te brengen bij goedkopere aanbieders, of zelfstandige legal counsel. Of schakel eens een voormalige interim-jurist in om een contract te behandelen waar je team geen tijd voor heeft. Met andere woorden: het is niet moeilijk om met unbundling te experimenteren, je hoeft er geen reorganisatie voor door te voeren en waarschijnlijk ken je al een paar professionals die op deze manier ingezet zouden kunnen worden.

Bevalt het? Dan zet je een volgende stap en ga je het verder inrichten.

 

Marijn

In het kader van transparantie: Ik ben betrokken bij LawyerlinQ: een serviceprovider die professionele partijen in de juridische industrie begeleidt bij het formeren van en werken met flex communities.

Flexibele schil: niet langer gedreven door piek en ziek

ZP’er komt eraan. Zie hier een rapport van ABN AMRO. Interessant om te lezen hoe de ontwikkelingen worden gezien.

“De flexibilisering van de arbeidsmarkt is actueler dan ooit. In het eerste kwartaal van 2016 telde Nederland ruim één miljoen zzp’ers, een groei van zes procent ten opzichte van vorig jaar. Het aandeel hoogopgeleiden binnen deze groep neemt sterk toe. Deze subgroep noemen we ook wel ‘zelfstandige professionals’ (zp’ers). Organisaties zijn positief over deze ontwikkeling: één op de vijf werkgevers verwacht dat hun personeelsbestand in 2030 voornamelijk bestaat uit flexkrachten die ook voor andere werkgevers werkzaam kunnen zijn1. Deze groeiende vraag van organisaties naar flexibele werknemers kunnen we op verschillende manieren verklaren.”

 

Let’s go to Hollywood

Hollywood-Sign-Dragan-1541-1Dat is sowieso een goed idee, al is het maar om het een keer gezien te hebben. Laatst wees iemand mij op het Hollywood-model. Ik kon me er meteen een voorstelling bij maken.

Sterker nog: door de hectische tijd van afgelopen maanden op het thuisfront zit ikzelf middenin een Hollywood-achtige productie. Voor de goede orde, mijn lieftallige vrouw voert natuurlijk de daadwerkelijke regie.

Zoals bleek uit mijn vorige stukje zat ik in een verhuizing. Inmiddels zijn de kasten verkocht (tegen een belachelijk laag bedrag, maar dat terzijde…), is de oudste alweer dubbel en dwars gewend op de nieuwe crèche en zijn we langzaam bekend aan het raken in het toch wel hoogbejaarde dorp waar we terecht zijn gekomen (ik weet dat Naarden haar stadsrechten heeft verworven rond 1300, maar het voelt nu eenmaal meer als een dorp dan een stad).

De Pax ontgroeid

Wat opvalt is – nu we de stap hebben gezet van een stads appartement naar een huis met een tuin – dat ik veel bezig ben met ‘mannetjes’. Laat me dat even uitleggen. Het afgelopen half jaar hebben we een hoop klussen moeten klaren. Als kleinzoon van een schilder kan ik best wat in het kader van home improvement, al heb ik het idee dat het verstrijken van de generaties het klus-gen in de mannelijke lijn van mijn familie geen goed heeft gedaan. Laatst zag ik mijn vader op een vrij knullige wijze een mini-picknicktafel voor onze kinderen in elkaar zetten. In de woonkamer, tussen de rotzooi, teveel gaten voorboren, alles een tikkie scheef. Maar eerlijk is eerlijk, ik werk misschien iets netter maar ben achteraf zeker niet minder gefrustreerd. Als ik een klusje heb gedaan rest vaak het gevel dat ik er eigenlijk niet echt goed in ben…

We hadden dus ‘mannetjes’ nodig. De bouwkundige keuring leverde wat puntjes van aandacht op die samen een projectje zijn. Dus ik ging op zoek. Inmiddels heb ik Victor voor het voegwerk, Alex weet alles van kitten (dat is dus ook een vak apart) en Gerry is de meesterschilder. Andy is er voor de keukenkastjes, Ben doet het alarm en Henri heeft het dak opgefrist. Natuurlijk zijn er ook dames in het spel; Teddy helpt met schoonhouden en Latoya is anderhalve dag per week bij ons thuis om op de kindjes te passen. Een klein leger van zelfstandigen die wij af en toe aanhaken als er klusjes te vergeven zijn. Noem het ons sterrenteam.

Die manier van organiseren lijkt sterk op het Hollywood-model. De taken in een project worden gedefinieerd, een team wordt op de been gebracht – en ze werken zo lang samen als nodig is om de klus te klaren. Ieder doet waar hij goed in is. Denk dus aan het maken van een film – of zelfs een bepaalde scene. De beste regisseur, producent, cameraman, acteur, visagiste etc. komen samen om een resultaat te behalen. Als de klus geklaard is gaat eenieder weer zijn eigen weg – om vervolgens in een nieuwe constellatie weer van waarde te zijn. In goed Nederlands maken deze mensen onderdeel uit van de gig-economy.

Fragmentatie als norm voor de toekomst?

Die versnippering van werk en manier van organiseren is een ontwikkeling die me interesseert. En deze ontwikkeling is ook voelbaar in mijn dagelijkse bezigheden voor LawyerlinQ, waarbij we voor advocatenkantoren en juridische afdelingen tailor made netwerken van juridische free agents samenstellen. Hoe je het precies noemt maakt niet uit, maar het is sterk in opkomst. Niet alleen in de juridische sector, maar bijvoorbeeld ook in consulting. En de – met name jongere – professionals (millenials) staan zeer positief tegenover kortere, meer specialistische werkzaamheden. Afgerekend worden op waar je echt goed in bent in combinatie met werken in veel verschillende samenstellingen en op de manier die je het beste past. Zeg nou zelf. Wie wil dat niet?

 

Photo Courtesy of Dragan Radocaj and Shane Yeend.

LawyerlinQ in de Sprout Challenger50

Schermafbeelding 2015-10-15 om 14.00.10

Dit jaar komt Sprout voor de tiende keer met de Challenger50: de lijst met vijftig meest uitdagende, innovatieve bedrijven van Nederland. De ondernemers die een plekje hebben bemachtigd op deze lijst zijn vernieuwend, trekken zich niets aan van hoe dingen ‘horen’, nemen risico’s voor lief en proberen marktaandeel af te peuteren van de gevestigde orde.

Ze stropen de mouwen op, dagen de gevestigde orde uit met een verfrissende aanpak en gaan voor een flinke hap uit het marktaandeel van de grote jongens (m/v). Zij zijn er tot in hun haarvaten van overtuigd dat het anders kan. Beter moet. En vooral: dat je op dit inzicht een onderneming bouwt, die er snel in slaagt marktaandeel weg te kapen van de bestaande partijen. Ziehier de vermelding van LawyerlinQ.

 

LawyerlinQ over het FT Innovative Lawyers report 2015

Zoals elk jaar publiceert de Britse Financial Times een onderzoek naar innovatie in de e sector. Hoewel de nadruk hierbij ligt op de Engelse en Amerikaanse firma’s komen ook enkele grote Europese spelers aan bod. Voor de Nederlandse markt is het vooral een interessante voorbode van de ontwikkelingen die we in Nederland ongetwijfeld in toenemende mate zullen ervaren.

Uiteraard staat technologie centraal. ‘Document assembly’ is inmiddels door vrijwel alle grote firma’s ontdekt als noodzakelijke tool voor het verbeteren van efficiency en daarmee als peiler onder hun concurrentiestrategie. Veelal als onderdeel van een breder pakket van dienstverlening en kennisdeling. Veel wordt ook verwacht van de inzet van kunstmatige intelligentie, afgekort ‘AI’. ‘Rise of the Machines noemt de FT het. Wij konden nog geen toepassingen ontdekken waarin dit al echt voor cliënten werkt, maar we geloven wel dat dit onze wereld gaat veranderen. Je kunt met droge ogen niet blijven beweren dat die impact wel mee zal vallen.

Aandacht is er ook voor interdisciplinaire samenwerking als innovatie in dienstverlening. Daarbij moet je niet alleen denken aan krachtenbundeling met tax en accountancy, maar ook aan teams waarin advocaten zij aan zij opereren met management consultants en met IT specialisten. Nu technologie een steeds belangrijkere component vormt bij grote transacties zul je dat laatste steeds vaker zien verwachten wij.

Een award is er ook op het vlak van ‘Social responsability’. Winnaar is iProbono een Engels initiatief wat advocaten koppelt aan goede doelen die zij vervolgens op een case by case basis ondersteunen door de inzet van hun kennis en kunde. Mooi initiatief. Wat ons natuurlijk bekend voorkomt 😉

Hoewel het rapport vooral ziet op e dienstverleners in het algemeen en de advocatuur in het bijzonder schenkt de Financial Times ook aandacht aan de Inhouse functie. Innovatie hier is met name gericht op het creëren van commerciële kansen voor de onderneming. Men constateert dat e afdelingen zich de afgelopen jaren sterk ontwikkeld hebben. Als strategische rol binnen de organisatie, maar ook sterker gepositioneerd naar leveranciers toe.

As legal service purchasers, they now have teeth. (…) The result of this is that their purchasing patterns have changed. They are willing to buy from alternative legal suppliers…

De FT benoemd het niet als zodanig, maar in onze ogen zijn cliënten in feite de belangrijkste aanjagers van verandering in de sector. De snelle groei van partijen als Axiom en LOD is hiervan het gevolg. Een bedreiging voor alle kantoren die nog gedeeltelijk afhankelijk zijn van werk voor cliënten wat anderen goedkoper of beter kunnen, maar tegelijk ook kans voor kantoren die dicht bij hun klant staan en constant investeren in betere slimmere oplossingen.

Een andere ontwikkeling die goed aansluit bij wat we met LawyerlinQ doen voor advocatenkantoren en legal departments, is de opkomst van “strategic sourcing”. In onze sector bestaat die uit de combinatie van technologie met de inzet van “contract lawyers”.

…the legal sector is not immune to the growing “gig economy” — the rise of career paths based on flexible, short-term stints of work.

Dit zijn zo maar wat “take aways” die ons opvielen in de editie van dit jaar. Lees hier het complete document en oordeel zelf. We zijn benieuwd wat jij signaleert.

De IKEA PAX kledingkastenkwestie

PAX

Een jaar of acht geleden bakkeleide ik met de toenmalige verkoper van ons huis over twee PAX kasten die hij ter overname aanbood. Laten we de verkoper David noemen. David vroeg werkelijk waar een belachelijk bedrag. Ik weet niet precies meer hoeveel hij wilde hebben, maar het was een jezussom. Natuurlijk heb ik voet bij stuk gehouden – en David de boel laten afbreken en vier verdiepingen naar beneden laten slepen. De kastendeal is nooit tot stand gekomen.

Ondertussen
Inmiddels bijna acht jaar, anderhalve baby en drie hernia’s later lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Door de jaren heen hebben we de nodige rommel verzameld, en om rommel een beetje fatsoenlijk te maskeren heb je kasten nodig. PAX kasten dus. Die hebben we voor het volle pond afgerekend bij IKEA. En eerlijk gezegd voelt dat beter dan ze over te nemen – helemaal voor de absurde prijs die David in gedachten had. Het omhoog tillen en het in elkaar zetten van de kasten kostte me tot twee keer toe bijna mijn huwelijk, maar het resultaat was alle stress waard! Maar nu.

Nu gaan we verhuizen. Naar een huis met inbouwkasten. Onze PAX kasten zijn dus één-twee-drie overbodig geworden. Natuurlijk heb ik de toekomstige bewoners van ons huis gepolst – maar die hebben geen interesse. Dan maar op Marktplaats. Ik vind het Marktplaats-mechanisme geweldig. Afgezien van de onzinbiedingen en de relatief domme vragen die gesteld worden (‘Staat de h in 236h voor de hoogte? ’– ‘Nee, voor de diepte, nou goed?’) valt mij alleen op dat de potentiële kopers veel te weinig waarde toekennen aan onze PAX kasten. De kasten zijn nog nooit uit elkaar geweest of verplaatst, en bovenal: ze zijn gewoon hartstikke mooi. Ik heb al veel mensen teleur moeten stellen, simpelweg omdat het gat tussen het bedrag wat ik wil hebben en zij willen betalen – veel te groot is.

Dat klinkt een beetje als waar ik 8 jaar geleden tegenaan liep. Maar ik sta er wel een stuk realistischer in dan David. Toch?

Het effect
Gezien het feit dat ik gewend ben van mijn hart geen moordkuil te maken heb ik mijn beklag gedaan bij de mensen om mij heen. Een van de meer belezen types duidde mij op het endowment effect. Razend interessant als je het mij vraagt.

Dit effect beschrijft het fenomeen dat mensen, zonder dat ze zich daarvan bewust zijn, meer waarde toekennen aan iets wat ze zelf in eigendom hebben, dan aan iets wat ze kunnen verkrijgen. Klinkt wellicht wazig, daarom nog een voorbeeld.

Stel je voor: je verkoopt je huis. Het huis waar je kinderen in alle veiligheid zijn opgegroeid. Waar de eerste stapjes zijn gezet, waar je voor het eerst je zoon in het holst van de nacht betrapte in de achtertuin – met een meisje of met die pyromane vriend. Je bent emotioneel verbonden met het huis, en voor jou is dat huis (zoveel) meer waard dan voor anderen. Het is dan ook niet vreemd dat je een hogere waarde toekent aan het huis dan de eerste de beste potentiële koper die geïnteresseerd is in het perceel.

In de praktijk…
Nu ik er over gelezen heb kom ik het verschijnsel, dat iets waardevoller voelt als het van jezelf is, ineens overal tegen. Zoals wellicht bekend voer ik laatste tijd veel gesprekken met partners van advocatenkantoren. Het idee om zelfstandige advocaten te gebruiken om te flexibiliseren is natuurlijk interessant maar roept ook direct vragen op over kwaliteitsaspect. Men vindt het maar spannend want als iemand 8 jaar lang heeft gewerkt voor kantoor X dan zegt dat in de ogen van kantoor Y weinig. Men vindt namelijk de eigen mensen eigenlijk per definitie veel beter, lees: waardevoller. De vraag is of die redenering klopt, of dat je gevoel een loopje met je neemt. Misschien is de waarde die ik toeken aan die kasten ook te hoog. Ik zal er nog eens over nadenken.

Mocht je toevalligerwijs zelf op zoek zijn naar twee fantastische PAX kasten (ze zijn echt mooi, niet alleen in mijn ogen…), voel je vrij om een realistisch bod te doen. Ze zijn hier te bezichtigen.

LawyerlinQ in Mr Magazine

LawyerlinQ in Mr Magazine

Klik op de navolgende link om het hele verhaal te lezen van LawyerlinQ in Mr Magazine. Veel leesplezier!

LLQ MR Mag

Over kaarsenmakers en lampenfabrikanten

Zowel in goede als slechte tijden is er werk voor een advocaat. Toch? ABN AMRO denkt daar echter sinds kort kennelijk heel anders over, want zij is terughoudend geworden met het verstrekken van leningen aan klanten die werkzaam zijn binnen de advocatuur. Je verdienmodel en organisatiestructuur niet op tijd aanpassen gaat veel kantoren de kop kosten als we de bank moeten geloven. Paradoxaal genoeg neemt de hoeveelheid werk alleen maar toe. Met dank aan de aanhoudende juridisering van de samenleving, de toenemende regelgeving voor banken en de nieuwe ontslagwet. Toch zou het best wel eens zo kunnen zijn dat de huidige kantoren straks niet profiteren van de groeiende vraag.

Transformatie naar efficiëntere bedrijfsvoering

De meeste bestuursvoorzitters van de grotere kantoren die ik afgelopen half jaar sprak (en dat waren de meesten), waren het eens: de veranderende markt vraagt om actie. Of het nou gaat om het slimmer organiseren van de personeelsbezetting, of om het invoeren van automated contract drafting. Daarbij komt ook nog iets anders: de klant verwacht en eist tegenwoordig meer. En hij wil minder betalen. More for less dus. Deze krachten zorgen er voor dat er transformatie noodzakelijk wordt naar een efficiëntere bedrijfsvoering. Naast alle bedreigingen die een geldverstrekker als ABN AMRO vooral ziet, brengt deze ontwikkeling ook mogelijkheden met zich mee.

Vooruitgang biedt dus ook kansen

Laatst las ik een in onderzoeksrapport van aan andere bank daar een mooi voorbeeld van. Het schijnt namelijk dat Netflix, voor ze besloten de bekende serie House of Cards te maken, eerst kijkgedrag analyseerden. Men onderzocht daarmee voor welk soort series, regisseurs en acteurs de doelgroep thuis zou blijven. De resultaten uit de analyse lieten de volgende kijkersvoorkeuren zien:

– een ‘politiek drama’; de oude, Britse versie was kennelijk een groot succes;
– regisseur David Fincher zou de serie moeten regisseren;
– een belangrijke rol voor acteur Kevin Spacey.

Deze werden in de productie van de serie gevolgd. Daardoor is het succes van de serie dus helemaal geen toevalstreffer, maar een zorgvuldig afgestemd product voor de massa en een vrijwel zeker commercieel succes.

Stel je eens voor wat je met zo’n aanpak kunt betekenen in de e dienstverlening van morgen. Welke data uit de e praktijk zou je kunnen gebruiken om een type e dienstverlening of product te ontwikkelen die helemaal aansluit bij de behoefte van cliënten?

Moeilijk? Onmogelijk? Ik weet zeker dat het kan en dat men er op verschillende plaatsen in de wereld nu al mee bezig is. House of Cards bewijst dat unieke menselijke eigenschappen als creativiteit en keiharde wetenschap heel goed samen gaan en tot enorm succes kunnen leiden.

Kijken in je dodehoekspiegel

In een eerder blog schreef ik dat bedrijven in de toekomst concurreren met partijen die nu nog niet bestaan. Daar kun je je misschien niet meteen iets bij voorstellen maar vanuit bedrijfskundig oogpunt is dat een goed verdedigbare aanname. Het concurrentiebeeld in traditionele branches wordt namelijk vaak – als het verstoord wordt – verstoord door nieuwe spelers, of in ieder geval spelers die oorspronkelijk geen binding hebben met de branche. Dat geldt in deze tijd meer dan ooit.

Kijk maar eens naar de disruptieve concepten van Airbnb en Uber, allebei partijen die relatief snel en plotseling zijn opgekomen. De Europese innovatiedeskundige Marc Giget zegt over hierover: ‘No candle-maker has become a bulb manufacturer, no carriage-maker has become a car
producer, and the post office did not invent the email.’

Toch kaarsenmakers?

Ziet ABN AMRO de advocatenkantoren dan toch een beetje als kaarsenmakers? Dat zou mij niet verbazen. Als het je op tijd lukt om als advocatenkantoor net zo wendbaar en efficiënt te worden als je toekomstige uitdagers in de markt, dan is de kans groot dat je bedreigingen kunt ombuigen in kansen. En ook daarbij kunnen we misschien een beetje leren van Netflix. Het basismateriaal is er. Bestaande kantoren zitten namelijk nu al op een gigantische hoeveelheid data die is opgeslagen in hun dossiersystemen.

Ik denk dat veel oplossingen voor in de toekomst, schuilgaan in de data van gisteren. Zijn er patronen te ontdekken in variabelen die vaak een rol spelen in klantadviezen, in de geïnvesteerde advocaatkosten vs. rechterlijke uitspraken? Kun je voorspellende analyses maken van consolidatieslagen in een markt om zo je klant beter te adviseren? Ik denk het wel. Misschien niet vandaag, maar wel over een tijdje.

De dominante marktspelers van morgen zijn waarschijnlijk nu nog niet goed zichtbaar of moeten nog ontstaan. De vanzelfsprekendheid van het traditionele model van advocatenkantoren wordt vaker onderwerp van discussie. Er zijn kantoren die er zeker in gaan slagen om wendbaar en efficiënt genoeg te zijn om de concurrentie het hoofd te bieden, maar er zijn er ook veel die het zwaar zullen krijgen. Interessante ontwikkelingen staan ons te wachten en ik maak er graag deel van uit.

Van gedachten wisselen?


Ik ben benieuwd hoe jij aankijkt tegen ontwikkelingen in het domein. Meer weten over mij of LawyerlinQ? Sparren over manieren om e organisaties te flexibiliseren? Neem gerust contact op.

FD 13/4/15: ZZP’er rukt op in de advocatuur

In het financieel dagblad van 13 april 2015 stond een groot artikel over de opkomst van zzp-advocaten en juristen in de topadvocatuur. Bekende kantoren als Allen & Overy, Nauta Dutilh en De Brauw Blackstone zetten stappen door in toenemende mate ook advocaten en juristen in te schakelen die niet permanent aan hun kantoor verbonden zijn. Iets wat al eerder af en toe gebeurde, maar wat nu geïnstitutionaliseerd lijkt te worden door de oprichting van zogenaamde “flexpools”.

Volgens een van de verantwoordelijk bestuursvoorzitters is deze ontwikkeling terug te voeren op de emancipatie van de client. Deze weet steeds beter waarvoor hij betaald en wat iets zou mogen kosten. Je bent als kantoor verplicht om op slimmere manieren met kennis en capaciteit om te gaan. Door met een flexpool te gaan werken kun je hierop inspelen.

Hier het volledige stuk op de site van het FD

Advocatie.nl: Flexpool steeds belangrijker voor Advocatenkantoren

Stuk van Joris Rietbroek op Advocatie:  In opmars bij meerdere grote dan wel rap groeiende advocatenkantoren: de ‘flexibele schil’ vol zelfstandig werkende advocaten, die kantoren in staat stelt snel grote hoeveelheden werk te verzetten of specialismen aan te bieden die zich niet in eigen huis bevinden. Zo heeft De Brauw Blackstone Westbroek de Flexpool, en Allen & Overy Peerpoint. “Het stelt ons in staat flexibeler en efficiënter diensten te leveren.”

De Brauw Blackstone Westbroek riep eind 2013 de Flexpool in het leven, die inmiddels zestig mensen telt en de komende maanden zal doorgroeien naar zo’n honderd zelfstandige advocaten en juristen. Voor De Brauw was de reden om de huidige Flexpool op te zetten een tweeledige, licht managing partner Martijn Snoep toe. “We kampen geregeld met enorme pieken in het werk, zodat we plotseling enorm veel extra mankracht nodig hebben omdat ons personeel zulke pieken niet op kan vangen. Daarnaast stelt de Flexpool ons in staat bepaalde werkzaamheden efficiënter en goedkoper te leveren aan onze cliënten.”

Lees meer op Advocatie.nl