De platformeconomie: next stop

Een doordeweekse avond, waarop de een naar muziekles moet, de ander sport, of nog een vergadering heeft tot laat. Iedereen kent ze wel, de avonden waarop vanwege de ‘avondspits’ het koken erbij in schiet. Je kiest dan snel voor ‘even wat makkelijks eten’. Vroeger betekende dit dan vaak een gang naar de snackbar of buurt chinees. Tegenwoordig is dat anders. Van poké bowls tot Indische rijsttafels, alles kan aan huis worden bezorgd. Je bestelt en betaalt het super makkelijk door een paar klikken op je smartphone. In de grote steden zijn de fietsen en scooters van Ubereats, Foodora, Thuisbezorgd en Deliveroo niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Deze ontwikkeling wordt ook door de media gevolgd en zo worden we nauwgezet op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van deze bedrijven. Zo verkocht de eigenaar van Foodora de Nederlandse tak en bleek Thuisbezorgd.nl nog altijd de grootste in dit rijtje. Maar het echte nieuws was toch wel: ‘de Deliveroo rechtszaak’

Rechtszaak Deliveroo

Het van oorsprong Britse bedrijf won onlangs in Nederland een belangrijke rechtszaak op arbeidsrechtelijk gebied. De markt zat al een tijd te wachten op een rechterlijk oordeel over de rechtspositie van zelfstandige bezorgers. Eind vorig jaar maakte Deliveroo bekend geen werknemers meer in dienst te nemen en alleen nog te zullen werken met zelfstandigen. Een van de maaltijdbezorgers spande, met steun van vakbond FNV een rechtszaak aan. Daarin betoogde hij dat er sprake was van zogenaamde schijnzelfstandigheid.

Overwegingen en uitspraak Rechtbank Amsterdam

Om een lang verhaal kort te maken: De Rechtbank Amsterdam was het niet eens met de bezorger in kwestie. Hij is naar het oordeel van de rechters wel degelijk een echte zzp’er! Dat oordeel baseerde de rechtbank enerzijds op de intentie van partijen bij het opstellen van de overeenkomst en anderzijds de feitelijke uitvoering van de overeenkomst. Hierbij haalde de Rechtbank onder andere aan dat er geen sprake was van een gezagsverhouding en dat de bezorger zich kon laten vervangen, het hem vrij stond om voor concurrenten te werken, geen instructies worden gegeven en de bezorger zelf mocht bepalen of hij een bezorgopdracht wel of niet aannam.

In mijn ogen was het een juiste beslissing van de Rechtbank, maar op basis van de feiten en de huidige jurisprudentie had het ook heel anders kunnen uitpakken. Hoewel de platformeconomie op dit moment nog maar een klein percentage van de arbeidsmarkt omvat, is er veel aandacht voor de zaak. En terecht want het is de eerste keer is dat de Nederlandse rechter zich over zo’n soort zaak heeft  gebogen. De kans is groot dat deze uitspraak invloed heeft op de zowel de ‘meer traditionele’ arbeidsrelatie als op de nieuwe meer flexibele manier van werken.

Wat is de volgende halte?

Voor nu weten we dus hoe de rechter denkt over de contractering van de ‘platformwerker’. Maar als de platformeconomie heel hard groeit kunnen er weer andere zaken gaan spelen. Wat zal er gebeuren als ‘platformwerk’’ niet meer een klein percentage van de economie is, maar deze manier van werken misschien wel de norm wordt? Hoe beschermen we de positie van kwetsbare werknemers? Zal er een grote kloof ontstaan tussen de ‘sterkeren’ en de ‘zwakkeren’? En wat gebeurt er als de economie slechter wordt? De wetgever is, zoals de rechter aangeeft, nu aan zet. In het arbeidsrecht zoals we dat nu kennen, is namelijk geen of in ieder geval onvoldoende rekening gehouden met de arbeidsverhoudingen die voortkomen uit de platformeconomie. Moet het bestaande arbeidsrecht op de schop? Moet hierin wellicht ruimte gemaakt worden voor een zogenaamde ‘tussenvorm’ die landen zoals Duitsland en Engeland al langer kennen? Het is de vraag. 

De overeenkomst van opdracht

De Deliveroo uitspraak geeft enige houvast, maar voor opdrachtgevers blijven de fiscale risico’s bij de inzet van zelfstandigen aanzienlijk. Tot de wetgever hier een oplossing voor heeft bedacht blijft het gebruik van een door de Belastingdienst goedgekeurde overeenkomst van opdracht de enige werkende manier om deze risico’s te beperken. Hoe zit dat met het werken met zelfstandigen in de juridische sector? In mijn vorige blog stipte ik al even aan dat we bij LawyerlinQ gebruik maken van een speciaal, in overleg met de fiscus opgesteld, model voor inzet van zelfstandigen in de core business van een advocatenkantoor of juridische afdeling. Het hoe en waarom van deze overeenkomst, leg ik graag uit in mijn volgende blog.