Berichten

The world is rapidly changing if the client says so

Bright future ahead for Alternative Legal Service Providers

Blijkt uit het tweede rapport van Thomson Reuters over Alternative Legal Service Providers, vaak afgekort als ALSPs, dat afgelopen januari verscheen. ALSPs zijn partijen die werk verrichten dat van oudsher door juridische afdelingen of traditionele advocatenkantoren gedaan wordt. Zij doen dus gedeeltelijk hetzelfde werk, maar vanuit een andere organisatiestructuur en een ander business model. Belangrijk is dat ALSPs veel meer technologie inzetten en daardoor veel efficiënter en dus goedkoper kunnen werken dan traditionele aanbieders.

Voor dit rapport werd onderzoek gedaan naar het gebruik van ALSPs door advocatenkantoren en legal departments in de US, Canada en de UK.  Deze partijen groeien aanzienlijk harder dan de markt. Het marktaandeel is tussen 2015 en 2017 met 12,9% gegroeid naar $10.7 miljard.

US Lawfirms en legal departments

Uit het rapport blijkt dat Amerikaanse advocatenkantoren steeds vaker zelf ook ALSPs inschakelen. Drie belangrijke redenen hiervoor zijn:

  • Geld besparen,
  • Toegang tot expertises,
  • Klanttevredenheid.

De toegang tot expertise wordt de ‘top driver’ genoemd.

De grote Amerikaanse kantoren passen daarnaast ook de manier aan waarop ze ALSPs gebruiken en zetten ze in voor een breder scala aan werkzaamheden.

Vanuit LawyerlinQ zien we hetzelfde gebeuren bij klanten in de top van de Nederlandse advocatuur. Waar sommige kantoren eerder wat terughoudend waren, is verdere flexibilisering nu een belangrijk punt op de bestuurlijke agenda. Men zet veel makkelijker en sneller lawyers uit hun legal community in voor zowel grote projecten als voor hoogwaardig werk. Men ziet de flexpool niet meer als oplossing voor ‘piek en ziek’ maar als onmisbare tool voor het behalen van strategische doelen en het versterken van de concurrentiepositie.

Uit het rapport van Thomson Reuters ontstaat het beeld dat grote Angelsaksische kantoren de voordelen van ALSPs steeds beter weten te benutten. Die liggen overigens voor hen vooral in de mogelijkheid tot het snel op- en afschalen en uitbreiden van capaciteit en specailisaties. Interessant om te lezen is dat sommige kantoren ook druk van klanten ervaren om voor hun dienstverlening deels samen te werken met ALSPs. Hierboven al genoemd onder het kopje ‘klanttevredenheid’.

Uit het rapport blijkt verder dat ook binnen legal departments van bedrijven het gebruik van ALSPs uitgebreid is. De tijd dat ALSPs alleen werden ingeschakeld vanwege kostenbesparing lijkt voorbij. Steeds belangrijker voor bedrijfsjuridische afdelingen wordt de toegang tot specialismen die deze klanten zelf niet (meer) in huis hebben, of willen hebben.

Bij LawyerlinQ merken we ook dat het gebruik van lawyer communities door onze corporate klanten verandert. In aanvang gebruikten de bedrijfsjuridische afdelingen hun lawyer community vooral voor het vervullen van interim opdrachten. Hoewel dat niet minder wordt zien we daarnaast steeds vaker dat bedrijven hun ‘lawyer pool’ gebruiken als een snelle, betrouwbare manier om on demand en tegen een gunstig tarief werk uit te besteden of specialistisch advies in te kopen. Een in onze ogen logische ontwikkeling, die we in de toekomst vaker gaan zien.

Ook in Nederland zijn de cliënten bepalend

Het onderzoek van Thomson Reuters toont een ontwikkeling die we vanuit LawyerlinQ logisch en positief vinden. De vraag is in hoeverre sluiten deze bevindingen aan bij de huidige Nederlandse markt? Deze week schreef het Financieel Dagblad, naar aanleiding van een onderzoek van een Nederlandse juridische uitgever, dat innovatie in de Nederlandse juridische sector nog zeer beperkt is. De drang om te vernieuwen is bij juridische dienstverleners wel aanwezig, maar de dagelijkse werkzaamheden krijgen voorrang. De druk om te vernieuwen zou van externe partijen moeten komen, aldus het FD. Daarin valt een opvallende parallel te trekken met het eerder genoemde Amerikaanse onderzoek: het zijn de cliënten die de innovatie moeten aanjagen!

Wanneer wordt het nou makkelijker?

Vorige week informeerde staatssecretaris Snel de kamer over resultaten van het onderzoek Wet DBA. Daarbij checkte de Belastingdienst of bedrijven de arbeidsrelaties juist inschatten en loonheffingen op de goede manier toepassen. In totaal werden 104 opdrachtgevers bezocht.

En wat blijkt: Het merendeel (59 van de 104) van de bedrijven doet het niet goed. En bij 12 wordt zelfs ‘kwaadwillendheid’ vermoed.

Bij de bedrijven die het verkeerd doen gaat het vooral om de volgende aspecten:

  • de zelfstandige werkt feitelijk wel onder een gezagsverhouding;
  • vervanging van de zelfstandige in kwestie is niet mogelijk;
  • de zelfstandige heeft niet de ruimte om zijn of haar werk zelfstandig in te delen;
  • er wordt wel gewerkt met een modelovereenkomst, maar in de praktijk houdt men zich niet aan wat daarin is opgeschreven. 

De argumenten die de bedrijven geven als verklaring voor het feit dat ze zich niet aan de regels houden zijn dat het complex en tijdrovend is om in lijn met de geldende wet- en regelgeving te handelen, het de concurrentiepositie in gevaar kan brengen en dat de arbeidsmarkt zeer krap is.

Komen er boetes?

Tot op heden zijn er nog geen boetes opgelegd. Dit zou onder meer komen door de zware bewijslast die op de Belastingdienst rust. Belangrijke vraag is of het oordeel van de Belastingdienst ook stand houdt bij rechterlijke instanties. Want, beargumenteert Boris Emmerig (advocaat en specialist Wet DBA): “Bijvoorbeeld dat de werkzaamheden van de zzp’er een wezenlijk onderdeel zijn van de bedrijfsvoering kan een aanwijzing zijn, maar er zijn genoeg voorbeelden waarbij je daar prima een zelfstandig ondernemer voor kunt inhuren. Hetzelfde geldt voor zzp’ers waarvoor geen vervanging wenselijk is. Soms wil je als opdrachtgever gewoon net die ene expert. Dat zegt niks over je arbeidsrelatie.”

What’s new

Het is alweer bijna drie jaar geleden dat de Wet DBA de VAR verving. Het doel was kortweg: verduidelijking van arbeidsrelaties en het tegengaan van zogenaamde schijnconstructies. De afgelopen jaren is er echter nog maar weinig duidelijkheid gekomen. Er zijn rechtszaken, mede door FNV, aangespannen. Waar in eerste aanleg de kantonrechter enerzijds besliste, oordeelde de Rechtbank Amsterdam later weer anders. Zoals inmiddels bekend is de handhaving van de Wet DBA opgeschort tot 1 januari 2020, met uitzondering van gevallen van kwaadwillendheid. Afgelopen zomer is de Belastingdienst gestart met het ‘Toezichtsplan Arbeidsrelaties’ en de eerste resultaten daarvan zijn bekend, maar de onduidelijkheid blijft boven de markt hangen.

Wet DBA gaat op de helling

Dat het kabinet af wil van de Wet DBA is duidelijk. De uitkomsten van het onderzoek zijn met weinig enthousiasme ontvangen. Door de oppositie zijn verschillende moties ingediend over de coachende rol van de Belastingdienst en wil dat fors gehandhaafd wordt. Het kabinet heeft het verzoek tot strenger handhaven van de oppositie afgewezen. De CNV en FNV zijn van mening dat de uitkomsten een ‘wake-up call’ zijn en dat inderdaad een einde moet komen aan het handhavingsmoratorium. Het kabinet denkt hier anders over aangezien dit handhavingsmoratorium werd ingesteld om, in afwachting van de nieuwe wetgeving, onrust en onzekerheid bij opdrachtgevers en opdrachtnemers te verminderen.

Storm in glas water?

Hoewel er dus veel commotie is omtrent de uitkomst van de steekproef van de Belastingdienst, kun je je afvragen hoe ‘schokkend’ de uitslag eigenlijk is. Het is leerzaam en interessant om te lezen, maar in de praktijk verandert er voorlopig niets. We weten nu dat iets meer dan de helft van de bedrijven nog steeds worstelt met de juiste toepassing van de regels. Kijkend naar de manier waarop de Belastingdienst het toetsingskader uitlegt wekt dat overigens ook geen verbazing. Wel schokkend is natuurlijk dat er 12 van de 104 bedrijven vermoedelijk bewust mensen ten onrechte als zelfstandig ondernemer behandelen. Ben overigens wel benieuwd wat voor soort bedrijven dat zijn en vanuit welk motief zij dat doen.

Een interessant onderwerp op de politieke agenda dus waarbij het belangrijk is dat de nieuwe wetgeving in ieder geval beter moet passen bij de manier waarop de huidige en toekomstige generaties willen werken. Voor onze sector zou het mooi zijn als de eerder genoemde ‘opt-out’ regeling er nog zou komen.

To be continued.. Meer nieuws kunnen we volgens de staatssecretaris voor de zomer van 2019 verwachten.

En dus?

Het is belangrijk om na te denken over de manier waarop je de inzet van zelfstandigen geregeld hebt. Want ook al wordt er nog niet gehandhaafd, het blijft zaak om, ook met het oog op de toekomst, te zorgen dat je de aanzienlijke financiële risico’s op dit vlak goed afdekt.

Needless to say, dat het voor legal departments en advocatenkantoren makkelijk is. Zij zijn in een keer van al het gedoe af door de inzet van zelfstandige advocaten en juristen voortaan via het LawyerlinQ platform te regelen.